Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 34

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 34

2 minuten leestijd

22 die uit zou komen. Als er sprake was van iets en iets wereldsch, van iets dat in het oog loopt. Maar hoe staat het, als niemand er iets van merken zou, dan God alleen f Als het een zonde van onzen hoogmoed, van onze zelfinbeelding van onze eerzucht, van onze heerschzucht geldt. Kortom, een zonde, die gemeenlijk niet onder het „onzedelijke" wordt gerekend, al weet onze ziel zeer wel, dat Satan nooit anders dan juist door zulke zonden zondigt, en toch het schriklijkst door God verworpen is. We denken zoo dikwijls, dat we iets om Godswil laten, en dat het toch niet anders is dan een laten om menschen. Doch ook dan zelfs, als ge het om Godswil laat, is het nog zoo dikwijls meer een laten omdat het zoo vreeslijk is in de handen van den levenden God te vallen, dan omdat ge God lief hebt, en iets in u draagt van dien haat waarmede God zelf de zonde haat. En toch, wie haken en hunkeren zal naar het afsterven van de zonde, en naar het bekleed worden met het witte kleed, moet in zijn hart tegen de zonde zelve gekeerd staan. Hij moet de zonde schuwen als een pestgif, dat hem met den dood bedreigt, als een giftige slang die zich om zijn ziel kronkelt, als een booze macht die hem overmannen wil. Hij moet in de zonde zijn doodsvijand zien, den brieschenden leeuw die omgaat om hem te verslinden. Zooals men op een besmettelijken zieke toetreedt, met de vreeze in het hart, van ook zelf aangestoken te worden, zoo moet hij de aanraking met de zonde der wereld aan zijn ziel gewaar worden. Nooit meer: „ik zou er wel trek in hebben, maar het mag niet." Doch altoos: „o. God, de zonde naakt weer, red, verlos, behoed uw knecht of uw dienstmaagd". En als dan toch de zonde altoos weer aan de deur van ons hart klopt, en we almeer merken: „Zoo zal het blijven tot aan onzen dood toe", dan, ja, komt eindelijk ook in ons hart die hooge, die heilige zielsbegeerte naar het sterven op, niet enkel omdat het een doorgang zal zijn naar een eeuwig leven, maar eer zelfs nog omdat we dan voor eeuwig, dan tot in het diepst van ons leven, c^er zonde zullen afsterven.

zonde

gold,

zinlijks,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 34

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's