In Jezus ontslapen - pagina 255
XLVII.
„at
mijnen boobe begraöe.
if
En hij sprak met hen, zeggende: is het met mven wille, dat ik mijnen doode begrave van voor mijn aangezicht? zoo hoort mij en spreekt voor mij bij Ephron den zone Zohars. 8. Gen. 23 ,
,
:
De dood
is
eu
blijft
het meest stuitende en onnatuurlijke ver-
schijnsel in ons menschelijk leven. Wel is er een zinbeeldig sterven
ook in de natuur,
als
de
in dat gele van het blad is een eigen schoonheid in de herfsttinten van het loover kleurt weelde, de j'euillemorte trekt aan. Doch zoo is de dood die uitbreekt in ons menschelijk leven
koude bloeni en blad doet wegsterven
,
maar
,
,
niet.
Een menschenlijk kan een enkelen dag schoon blyven en
verhoogde reinheid uitdrukken, doordat de spanning van niet meer vermoeit, maar zelfs dat schoon duurt, o, zoo kort, en nauwelijks begint de ontbinding haar vernielend werk of het lijk trekt niet meer aan een
zenuwen en spieren het gelaat ,
maar
stoot eer af. En toch heeft menschelijke sympathie dat zich oplossend lijk in weerwil van zijn onreinheid, die den hoogepriester zelfs de
aanraking er van verbood, omringd met teedere zorg en weemoedige liefde. Wel brak bij meer dan één volk de neiging door een neiging die ook nu weer opkomt om het lijk in den vuurdood te geven en de asch in een urne bij zich te houden, maar van Israëls dagen af, hield het volk ("les Heeren steeds vast aan de eere ,
,
der begrafenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's