In Jezus ontslapen - pagina 113
,
101
XXIII. „Sefleeb met
tuitte Die
fteeberen'',
overwint,
die
zal bekleed
worden met
witte kleederen en ik zal zijnen naam geenszins uitdoen uit het boek des levens en ik zal zijnen naam belijden voor mijnen Vader en voor zijne Openharing 3 5. engelen. ;
:
Omhangen worden met
y,het
witte
kleed^^
is
gehuld worden
in het eerekleed van den Triumphator, in de prachtkleedij van hem die zegepraalt. Ook hier gaat de hooge beeldspraak door. Alle volk nit die dagen kende het eerebetoon, dat ten deel die den vijand versloeg en zegepralend uit den viel aan hem krijg wederkeerde. Tot in ons woord: Zegepralen toe, klinkt die juichtoon na. Zege is de overwinning en pralen is schitteren. En zoo zegepraalde in triomfantelijk en intocht de veldheer aan
in het
gewaad van den Overwinnaar,
,
,
het hoofd van zijn vreugdedronken leger. Aldus te triomfeeren voor aller oog en onder het gejubel van al het volk zegepralend te worden ingehaald binnen de poorte, was de hoogste glorie die den dapperen krijger ten deel en zijn vijanden viel. Hij gesierd en in het glansgewaad gehuld geketend aan zijn zegekar. Nu is alle strijd en krijg, en zoo ook alle triomf op aarde, slechts de verzwakte afschaduwing van den grooten strijd tusschen het rijk van Christus en het rijk van Satan, en deswege alle aardsche triomftocht slechts het verflauwde beeld van den alles te boven gaanden triomf van hem die de poorte van het NieuwJeruzalem binnentrekt. Het beeld is dus niet gezocht. Het bood zich van zelf aan. En zoo gaat de Christus op Pathmos voort, den ingang van zijn verlosten in het rijk der heerlijkheid aldoor in het beeld van wie op aarde zegepraalt, te schetsen. Uitgeput uit den strijd op leven en dood wederkeerend, wordt de moe gestreden held eerst verkwikt door den Boom des Levem en gesterkt met het verborgen Manna. Daarop wordt de ivitte keursteen hem in den zegelring aan de hand geschoven. Het overwonnen heidensche wezen wordt geketend aan zijn zegekar. Hij ontvangt macht over de heidenen. Dan wordt het eereteeken van de Morgenster hem om den hals gehangen. En nu trekt men hem het eeregewaad aan het 'witte kleed dat Christus zelf hem ,
,
,
geven
,
zal.
y,Die overwint, die zal bekleed loorden met witte
kleederen.''''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's