De gemeente gratie - pagina 124
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRIOMF OVER SATAN.
120
dat
is
niet
God staat onder geen noodzakelijkheid. Hij is En als ge dus zegt: „God wist en voorzag,
zoo.
de Vrijmachtige.
menschheid vallen zou, en
werd de menschheid
2. dat,
eeuwiglijk 1".
dat de
alzoo geschapen,
de stroom van zonde en lijden zou gaan vloeien", dan keert diezelfde vraag van zoo straks onder dezen nieuwen vorm terug:
God, zoo Hij
Waarom
geheel andere wereld tot aanzijn geroepen? Een reeder, die wast:
met breuk", maar dit schip
breuk dertig
er
bij
man
als hij, in plaats
En komt ge
driehonderd koppen laat nitvaren,
zijn
bij
lijdt
nemen om
dacht: „Ik zal maatregelen
van het schip niet
uit die schip-
het toch zee
uit te zenden,
vrij
uitgaan,
liet
kiezen?
zoo ook hier niet voor de vraag te staan: Indien
en dat zoo vreeselijke, zoo naamlooze ellende, de schepping zou komen, had Hij dan, het gezegd, niet schier moeten besluiten,
om
Adam
God dan
zou vallen,
dat vloek en dood over
ja, zij
,,Als ik
het zeker schip-
het leven te houden," zou zulk een reeder
dat de hoofdengel een Satan zou worden, en dat
wist,
heeft
dan deze schepping niet achterwege, gelaten, en een
dit wist,
met huiverenden eerbied
die wereld niet alzoo tot aanzijn
zwakken worden? Althans naar de verklaring van
roepen, dien aanstaanden Satan niet te scheppen, en dien
te
Adam
niet
laten geboren
te
Jezus: Het ware beter geweest indien die Judas, en dus ook die Satan,
Adam
die
ja,
niet
tot
aanzijn
ware gekomen. En zoo nu gevoelt men hij waant dat hij er
terstond, dat de infralapsariër zichzelven misleidt, zoo
met
zijn
dezelfde
stelsel
Althans indien
om
tot
En in
Och, neen, ook
hij blijft
met
zijn stelsel
voor precies
hij
de denkkracht bezit
om
door te denken, en den
moed
op den bodem dezer dingen door te dringen.
liiermede
nu komen we
uit bij diezelfde vraag, die
de heihge apostel
deze woorden neerschreef: „Zal ook het maaksel tot dengene, die het heeft, zeggen Waarom hebt gij mij alzoo gemaakt ?" En hiermede wel niet de vraag opgelost, maar het recht tot het stellen van die vraag
gemaakt is
is.
ontzettende problemen even verbaasd en even verlegen staan.
:
betwist en ontkend. Niet,
men
versta ons wel, alsof ons denken die vraag
ontloopen kon, maar omdat elk standpunt wij recht tot het stellen
blijkt te
ontbreken, van waar
van die vraag bezitten zouden. Het antwoord op
Ge kunt er niet bij. En al wilden alle genieën der wereld hun talent vereenigen, om op die ontzettende vraag het antwoord
die vraag ligt te hoog.
te zoeken, ze zouden nooit anders dan stamelen kunnen, en in dat stamelen hun eigen onwetendheid bekennen. Alleen wie zich nederbuigt, en aanbidt, is hier wijs. De vreeze des Heeren is het beginsel der wijsheid. Immers, en merk hierop, aan de almachtigheid Gods in zijn scheppingswerk, is, omdat Hij God is, een noodzakehjke grens gesteld: God kan geen goden scheppen. Dat ware geweest zijn eigen Godzijn op te heffen. Zoo moest er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's