In Jezus ontslapen - pagina 172
„DE RIJKDOM DER HEERLIJKHEID VAN ZIJN ERFENIS IN DE HEILIÖEn".
156
Aan
is alzoo een vooruitzicht verbonden. Het voorvan een volkomen geliikstaat. En op het verkrijgen en verwerven van dien gelukstaat geeft die roeping van uw (lod u Jioop. Niet een onzekere hoop, die misschien (/('/ en misschien ïiiet vervnkl wordt, maar een vaste, ontwijfelbare, zekere hoop. die
die roeping
nitzicht
de volkomen vervulling waarborgt. De hoop zijner roeping*' beteekent alzoo: de volkomen, onwankelbare zekerheid van den gelukstaat, die n wacht. Toch is die gelukstaat hier nog niet uw deel. Voorsmaak moogt ge ervan genieten, maar het heil, dat komt, is nog als een erfenis, die u wel gewisselijk wacht, maar toch nog gelijk een erferm is in wier bezit ge eerst later komen zult. Reeds hier op aarde echter is het heel iets anders of u alleen vrordt meegedeeld, dat u een erfenis is toebedeeld, daii wel of u daarbij tevens wordt meegedeeld, hoe groot die erfenis is, en .,
,
,
ivaririn
ze bestaat.
Eerst die laatste kennis maakt n, zoo het een rijke erfenis is, nu reeds rijk voor uw besef. Zoo dan wil de apostel, dat gij. als kind van God, niet alleen weten zult, dat ge erfgenaam zijt, en dat ge de erfenis eens zeker verkrijgen zult. maar ook waarin die erfenis bestaat. Eu daarom wil hij, dat ge ook weten zult: „Welke zij de rijkdom der heerlijkheid van die erfenis," hoe overweldigend groot en alle verwachting te bovengaande ze is. opdat de kenuisse van dien rijkdom der u toekomende erfenis, u hier reeds zalig in hope zou maken voor uw gevoel. En van deze vreugde der hope en van dit vooruit reeds rijk zijn in de kennisse der erfenisse die komt, zegt hij nu, dat ze leven moet, en alleen leven kan, „i/i de heiligen^\ Alleen voor hen toch is die erfenis. Alleen zij ontvangen er de aanzegging van. Alleen in hen kan de rechte voorstelling ervan opkomen.
Maar dan ook
in hen in al Gods heiligen moet die hoop voorsmaak leven. Wie als kind van God die hope, dien voorsmaak niet kent leeft beneden zijn stand als kind van God onderschat het werk van Gods genade en bezondigt zich tegen de ontfermingen en de liefde Gods, die hem dit alles uit ,
,
die
,
:
:
loutere ffenade heeft toebedacht.
Wie in Jezus ontsliep, gaat dus niet plotseling uit de duisternis hierbeneden over in het eeuwige licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's