De gemeente gratie - pagina 455
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
451
INSTINCTIEVE HANDELING.
Slechts
op één punt dwaalde
hij.
Hij beweert, dat de koninginnemier
van de Lasius flavus) drie verschillende soorten van eieren legt die voor de werkmieren, de vrouwelijke en de onzijdige eieren. De twee eerste soorten worden in de lente gelegd, de laatste in Juli en in een gedeelte van Augustus, of als de zomer bijzonder gunstig is (sprekende :
De vrouwelijke
weinig vroeger.
een
eieren
met een dun zwart
zijn
langwerpig en zoowat het zesde of zevende gedeelte van een centimeter lang. De mannelijke eieren zijn meer bruin van tint en worden gewoonlijk in Maart gelegd. De donkere eitjes zijn niet van vliesje bedekt,
de mieren,
maar
zijn
luizeneieren.
De
vergissing
daar de miei'en deze eieren precies behandelen
Zoo nu meldt
als
is
zeer vergefelijk,
hare eigene.
John Lubbock ons ook, dat de mieren
Sir
niet alleen
zekere andere dieren manipuleeren, of wil men, met eigen poot behandelen,
maar dat
ze ook,
wat nog sterker
is,
het vermogen bezitten,
andere dieren te doen gehoorzamen. Er krijg tegen andere
zijn
om
zich door
namelijk miersoorten, die in
mieren optrekken, heur nest innemen, er de eieren
halen, deze sleepen naar haar eigen nest, en als
uit-
dan deze eieren uitkomen,
de alzoo gewonnen mieren zich tot slaven maken, en voor zich laten werken. Geschiedt dit geslacht na geslacht, dat leert zulk een aristocratische mier ten slotte alle zelfwerken
haar slaven haar
af,
en ontwent er ten leste zoo aan, dat
den steek
in
laten, sterft
zij,
als
van honger. Doch geven we
ook hier weer het woord aan Sir John Lubbock: Dat de slavernij onder de mieren ons bekend is, danken wij aan Huber, en ik kan niet nalaten de passage, waarin hij zijne ontdekking mededeelt, aan te halen: „Toen ik," zegt hij, ,17 Juni 1804 's avonds, tusschen 4 en 5 uur in de omstreken van Genève wandelde, bemerkte ik dicht bij mijne voeten een massa Roode mieren, die den weg overstaken. Zij
bewogen
sloegen
eene
centimeter in
gingen
zich
een
als
leger,
met opmerkelijke vlugheid en
ruimte van 20 a 25 centimeter de breedte.
Na
door een dikke heg en
in
eenige minuten
kwamen op
be-
de lengte, en 7 a 10 verlieten
zij
den weg,
een weiland, waarheen ik
kropen door het gras zonder dat de orde, waarin zij verbroken werd, niettegenstaande de vele hindernissen, die haar den weg versperden. Ten laatste kwamen zij in de nabijheid van ze
volgde.
Zij
optrokken,
bewoond door donkere aschkleurige mieren, een heuveltje, op een afstand van twintig voet van de heg, boven het gras uitstak. Eenige van de bewoners bewaakten den ingang; maar bij de ontdekking van een naderend leger snelden zij naar de buitenste wacht. Het alarm werd dadelijk door haar naar binnen overgeseind, en hare wapenbroeders kwamen in groote getallen uit hare onderaardsche verblijfplaats te voorschyn. Het hoofdleger van de Roode mieren, dat zich op een afstand van slechts twee stappen bevond, versnelde den pas om den mierenhoop te bereiken in een oogenblik tijds viel het bataljon op den
een nest, dat,
;
vijand aan, en wierpen de aschkleurige mieren omver, die na een korten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's