De gemeente gratie - pagina 127
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
123
ONDER ONS GEWOOND. wel terdege de
beteekenis,
zinrijke
maar
die beteekenis ligt
ontvangenis zelve, alsof de edeler ontwikkeling van deze
niet in de
maagd ook maar
aan de heilige ontvangenis van den Christus had toegebracht. In een betrekkelijk verschil kan nooit de oorzaak liggen voor een volstrekt onder-
iets
en het onderscheid tusschen den Christus en alle kinderen der menschen is ten dezen absoluut. Wij allen zijn onder de erfschuld ontscheid;
vangen; de Christus alleen staat buiten de erfschuld, en dus ook buiten de erfzonde, eeniglijk krachtens zijn ontvangenis uit den Heiligen Geest.
Dat
dit niet
gebreken,
en
vader op kind
en zonden ook toch
kring,
anders kan, erfelijke
blijkt
ook nog op andere wijze. Er
zonden, die
ziet overerven.
te wijten is
mag nimmer
En
in
over.
drie,
vier geslachten
van
erkend, dat veel in die gebreken
aan opvoeding en gelijksoortigheid van levens-
gezegd, dat de afstamming in die soort erfelijke
zonden niet meespreekt. Immers en
men soms
al dient
zijn erfelijke
zelfs tot in
de formatie van het lichaam
de menging van het bloed gaan zekere bepaalde zondige neigingen er alzoo bij het mysterie der Vleeschwording sprake van zulke
Ware
zonden en gebreken, dan zeer zeker zou te belijden zijn, dat het een zeer groot verschil maakte, uit welk geslacht, uit welke familie en uit
erfelijke
welke persoon de geboorte plaats greep.
Bij
wat we noemen
„erfelijke
zonden" rekent toch het verschil tusschen de ééne en de andere familie, en tusschen de ééne of de andere moeder wel terdege mede, ook al denkt ge slechts aan die eigenaardige zonden, waarin het karakter uitkomt. Maar juist van die soort „erfelijke zonden" is hier in het minst geen sprake; er is
hier alleen sprake
en erfzonde toch
Diensvolgens
boren
zijn,
is
van „de
komen ons
erfzont^e",
niet
toe
wat heel uit
iets
anders
is.
Erfschuld
onze moeder, maar uit Adam.
deze erfschuld en erfzonde voor allen die uit
Adam
ge-
geheel dezelfde. „Allen zijn in zonde ontvangen en geboren, en
daarom allerhande ellende, ja, der verdoemenis onderworpen." Of dus Johannes de Dooper uit Elisabeth, en de prinses die zoo zondig danste voor Herodes, uit Herodias geboren was, deed aan het overgaan van de erfschuld en de erfzonde, als zoodanig, niets toe of
beiden
gelijk.
En overmits nu ook
de vraag niet loopt over
erfelijke
erfschuld en erfzonde die ons uit ons verband
het ook langs dezen
weg
af.
Dit stond voor
de Vleeschwording van den Christus familiezonden, maar uitsluitend over de bij
in het oog,
met Adam toekomt, springt
hoe de zedelijke gesteldheid van de
moeder des Heeren niets aan zijn ontvangen worden buiten erfschuld kon toebrengen^ noch ook iets daarop kon afdingen. Ook al beschouwt ge de maagd Maria als de betrekkelijk heiligste moeder, toch zou ook haar kind niet anders dan in zonde ontvangen, en daarom aan de verdoemenis onderworpen zijn geweest, indien niet het wonder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's