De gemeente gratie - pagina 619
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
DE VOLEINDING DER EEUWEN.
dat er een zeker aantal eeuwen noodig waren, maar nog geenszins
tijd,
dat
615
duur zóó breed moest zijn, en dat dit aantal eeuwen zóó ver We hebben nu reeds heugenis van zestig lange
die
moest gerekt worden.
eeuwen en aanwezig
komen,
we
gelijk
om
geweest, zoowel
zijn
om
als
eeuwen ruimte
aanstipten, zou in een tiental al
wapenrusting tegen het
de gansche
te over
de uitverkorenen ten leven te doen
aan ons te
lijden
openbaren.
De aandacht
dient
daarom gevestigd
worden op een heel ander
te
met het oog op dezen langen duur der wereld,
begrip,
dat ons,
Schrift
zelve geopenbaard werd,
in
de
Christus spreekt van de voleinding
als
der wereld. Dit begrip van „een voleinding der wereld" komt ook voor in het afscheidswoord van Jezus zie,
ben met ulieden,
ik
en zou
bij
de instelling van den heihgen Doop: „En
de dagen,
alle
tot
aan de voleinding der wereld,"
zeggen nog eenvoudig kunnen opgevat worden, als beteekende
in dat
het de beëindiging van deze bedeeling zonder meer of korter gezegd: als
tijdstip,
alles
het uit
einde.
zou
Het zou dan
zijn.
den afloop der eeuwen
;
dan het
niets aanduiden
En evenzoo
zou
men
eind-
het nog kunnen op-
Zeg ons, welk
vatten,
als
de discipelen in Matth. 24 3 vragen
teeken
zijn
van uwe toekomst en van de voleinding der wereld^" Zelfs
zou
men
:
uit
deze vraag der jongeren
„De voleinding der wereld" een
mogen
destijds
:
zal het
afleiden, dat de uitdrukking:
gangbare uitdrukking was, waaraan
geen andere beteekenis gehecht werd, dan die van het einde, genomen als tijdstip, waarop deze bedeehng zou ophouden en de wereld zou ver:
gaan.
Maar
ware
al
het,
dat Jezus somwijlen ook deze uitdrukking uit
het gewone spraakgebruik hebbe overgenomen, toch toont Matth. 13 ons, dat Jezus, gelijk in zoo menig ander woord dat
hij
van
tijdgenooten
zijn
overnam, ook in deze uitdrukking een geheel anderen, een veel dieperen zin heeft gelegd.
Dit deed onze Heiland naar aanleiding van de gelijkenis van het onkruid
in de tarwe. In die gelijkenis
wordt zaad
uitgestrooid.
is
Op
sprake van een akker.
Dat zaad ontkiemt en wast
gaat door totdat de aire in den halm gerijpt
is.
Dan
is
op.
het
dien akker
Dat opwassen
tijd
des oogstes,
en dan worden de schoven door den sikkel afgesneden en bijeenvergaderd.
Ziende op
beeld van den akker, zegt Jezus nu
dit
:
Die akker
de voleinding der wereld, en de maaiers
en de oogst
is
„Gelijker wijs
dan het onkruid vergaderd wordt, alzoo ook
de
voleinding
Hiermee nu
der wereld.
om
te
de wereld,
de engelen.
zal het zijn in
hooren, die hoore."
gaat, gelijk ge terstond ziet, een geheel ander licht over die
voleinding op. Hier toch
van een
Die ooren heeft
is
zijn
tijdstip,
is
voleinding volstrekt niet alleen het aangeven
maar onderstelt en
sluit in zich
een langzaam proces van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's