De gemeente gratie - pagina 171
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
167
JEZUS EN DE TOEBEREIDING DER WERELD.
Van boven
over de breedte der aarde.
de werking des Geestes, maar
is
over de breedte der aarde gaat de werking van het eerst
Woord
verhoogden Middelaar onder de volkeren
welk verband,
stand komt.
tot
vanzelf volgt^ dat het niet onverschilhg kan
zijn,
welken ouderlingen saamhang,
in
steldheid op het oogenblik, dat dit
in
in
stand gebracht.
tot
voor dit tweede deel van als
hij
is
waaruit
welke geestelijke
werk begon, de volkeren en
natiën,
in geof,
gemeene
gratie
En
uit
zijn
Middelaarswerk geheel afhankelijk was van
dien hoofde
is het,
dat de Christus ook
vrucht der gemeene gratie op aarde vond. Zelfs komt eerst
van de gemeene gratie voor het Middelaarswerk ten
hier de beteekenis
voeten toe
Zoolang toch de Christus alleen in Israël leefde en onder
uit.
werkte,
Israël
Iets
welken toestand,
natuurlijk uitsluitend af van hetgeen door het bestel der
wat
en het
de geslachten der wereld zich bevonden. Die gesteldheid hing
wil men,
was
uit,
de saamwerking van deze beide, dat het groote werk van den
uit
kwam
hij
althans voor een deel
met volkstoestanden, die door de gemeene gratie, maar evenzeer door
telkens in aanraking
niet
de particuliere genade beheerscht waren. Zoodra daarentegen de stroom
hem
des levens die van
uitgaat den
dam van
Israël doorbreekt en uitvloeit
over de velden der wereld, houdt die dooreenstrengeling van bijzondere
en algemeene genade op, en tast en
ziet elk
we
dat
doen hebben met
te
gemeene gratie. van den aanbeginne der en alle eeuw der historie door,
toestanden, die uitsluitend vrucht waren der
Men
versta dit wel.
De kerk
is
er geweest
wereld, omdat
God van het
op aarde
uitverkorenen heeft gehad, en deze uitverkorenen op de
eene
of
zijn
andere
wijze
zijn
Naam
onderdanen was onze Koning voort, dat
eigen
daarom de kerk
Paradijs
af,
op aarde verheerlijkt hebben. Zonder
Maar hieruit vloeit nog volstrekt niet eeuwen door als een eigen lichaam, in een
nooit.
alle
bestand, en als een afzonderlijke organisatie zou
Integendeel. Tot op schelijk leven één.
Abraham
Het
is
is
zijn
opgetreden.
het leven dier kerk met het gewone men-
de vader in het gezin, het
is
de koning van het
nog Melchizedek, die den dienst des Heeren waarneemt. Van een kerk naast het gezin of naast het volksleven blijkt niets. Er is
land, gelijk straks
De kerk was nog geheel m het gewone leven ingeweven. Wie gezegd had: „Waar is de kerk? Wijs mij de kerk!" zou met hoofdschudden zijn afgewezen. — Daarna trekt het verborgen leven der kerk zich in Abrahams patriarchale teute terug. Doch ook nu merkt geen spoor van
te
ontdekken.
ge van een zelfstandig, afzonderlijk optreden der kerk, in onderscheiding
van dat patriarchale leven
zelf,
nog
niets.
Er
zijn
geen ambten. Er
is
geen
op zichzelf staande organisatie. Zelfs onder de Joden in Egypte, die vier
eeuwen
lang, ontdekt ge hier
geen spoor van. En
volk uit Egypte heeft uitgevoerd, en lingen en ordeningen brengt, ziet ge
God
als eindelijk
Mozes het
het in de woestijn onder rege-
wel de ambten en bedieningen en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's