De gemeente gratie - pagina 58
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEREFORMEERD UITGANGSPUNT.
54
bijzonder
zijn
wezen gelegd was. Johannes
is
als
kind van
God een
heel
ander wezen dan Petrus; Petrus een heel ander wezen dan Thomas, en deze eigen vorm van het kindschap in deze drie apostelen staat in onlos-
verband met het oorspronkelijk stempel dat God,
makelijk
het laten
in
geboren worden van deze drie mannen, op hun wezen had ingedrukt. In zooverre dus geen verschil. Het wezen van den mensch in het gemeen,
en van elk mensch
zondaar
wezen
het bijzonder
in
een mensch, en
blijft
zelf teloor
stellen
schepsel
zijn,
door nieuwe schepping.
zijn,
blijft
alleen
onaangetast. als
De
diepst gevallen
mensch redbaar. Ware
zijn
gegaan, zoo zou er geen verlossing, er zou alleen ver-
dwijning van den éénen mensch te
is
geschapen
om De
een anderen mensch in uitdrukking, dat
in Christus Jezus tot
we
zijn
plaats
„een nieuw
goede werken, die God voor-
bereid heeft, opdat wij daarin wandelen zouden",
is
dan van Gereformeerde
zijde
ook nooit anders verstaan, dan van herschepping. Hetzelfde wezen
eerst
gebonden
in
dood en zonde, en nu
vrij
gemaakt ten leven en
tot
de
gerechtigheid.
Maar juist deswege kunnen we niet toegeven, dat „wezen" en „natuur" mogen genomen worden als woorden van eenerlei beteekenis. Reeds vroeger wezen we er op, dat de Heilige Schrift ook aan God een natuur toekent, en verklaart dat Gods kind „der Goddelijke natuur deelachtig wordt" (2 Petr. 1 4). Dit nu kan niet verstaan worden, alsof wij deel hier
:
zouden erlangen aan het wezen Gods. Als Paulus zegt: „Wij nature Joden" (Gal. 2 uit,
:
15),
maar een bijzonder
hier tegenover geest.
En
drukt
iets,
als in
hij
waarin
hiermede blijkbaar niet dit
wezen
zich
uit.
zijn
zijn
Natuur
van
wezen staat
den eersten Corintherbrief een natuurlijk
hchaam onderscheiden wordt van een
geestelijk lichaam, is
hiermede niet
bedoeld, dat het natuurlijk lidiaam alleen wezenlijk, het geestelijke lichaam
onwezenlijk zou
zijn,
want
juist
naar het wezen erlangen
we
in
de opstan-
ding hetzelfde lichaam terug, maar beteekent natuurlijk lichaam hier het
wezen des hchaams in een bepaalde gesteldheid. Onzerzijds onderscheiden we deswege tusschen wezen en natuur, en voorts in nog engeren zin tusschen de natuur als zoodanig, en de natuur in haar bedorven staat.
we van nature .,geneigd zijn tot alle kwaad", wordt hiermede bedoeld: „krachtens onze verdorven natuur"; en als er sprake is van „natuurlijke liefde", verstaan we daaronder, de liefde die haar vonk ontsteekt aan de menschelijke natuur als zoodanig. Als
b. V.
beleden wordt, dat
Tusschen wezen en natuur nu onderscheiden we in dier voege, dat het wezen uitdrukt datgeen wat ons mensch-zijn uitmaakt, en dat natuur aanduidt de actie, de werking die uit dit mensch-zijn openbaar wordt. De vermogens en krachten vormen hierbij den tusschenschakel, die wezen en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's