Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 226

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 226

3 minuten leestijd

-WIE ZAL r LOVEN IN HET GRAF?'

210

kan dus dan dien

op dien dag in geen anderen toestand verkeeren, ons het best kunnen voorstellen door te denken aan onzen toestand in den slaap. Dan rekent liet licliaaui niet meer mee. We booren niets we zien niets we bewegen ons ternauwernood, en de ziel is in zicbzelf teruggetrokken. Die ziel is ook dan wel bezig, maar alleen in haar droomen. Alle helder bewustzijn ontbreekt en geen actie gaat van haar uit. Ze arbeidt niet, ze spant zich niet in, ze weet van niets af, ze wil niets, tot wij

,

,

ze doet niets.

En dat noemde men dan den „ zieleslaaj) ". Een bewustelooze en wezenlooze toestand. En die toestand zou dan volgens den één eeuwig voortduren, en volgens den ander eerst afgebroken worden, als de stem van Jezus over de graven uitging. Bij die voorstelling nu van een „ zieleslaap " beriep men zich ook op de Heilige Schrift. Of was het niet zoo dat de Psalmist gedurig daarmee zijn bede om redding van den dood aandringt, dat er in den dood geen gedachtenis is. Zoo om uu slechts één voorbeeld te noemen, roept David in den Gf^en Psalm uit: „Keer weder, Heere, red mijn ziele, d. i. mijn leven, verlos mij (van den dood) om uwer goedertierenheid wil want in den dood is uwer geen gedachtenis, en wie zal v, loven in het graf Uitspraken, waarover men dan wel onnadeiikeud heen glijdt, maar die er dan toch staau en die telkens herhaald worden. ,

,

,

f

,

Dat hiermede in den Psalm geen twijfel aan de onsterfelijkheid bedoeld kan zijn, gelijk zoo velen thans voorwenden, blijkt reeds genoegzaam uit wat dezelfde David in Psalm 16 zong: „Gij zult mijn ziel in het graf (de hel) niet verlaten. Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderviug zie. Gij zult mij het pad des levens bekend maken. Verzadiging van vreugde is bij uw aangezichte, liefelijkheden zijn in uw rechterhand eeuwiglijk." Of uit wat hij aan het slot van Psalm 17 beleed dat „ de lieden der Avereld" immers „hun deel in dit leven hebbeu," maar dat hij wist te zullen opwaken en dan „ Gods aangezicht in gerechtigheid te zullen aanschouwen om eeuwig zich te verzadigen ,

,

,

minder eindelijk uit wat Azaf in Psalm 73 beleed: „Ik zal dan geduriglijk hij U zijn. Gij hebt mijn rechterhand gevat en gij zult mij leiden door uav raad en (laama

met Gods

in

beeld." Niet

Jieerl ijkheid

Maar dachtenis,

opnemen.^''

dat

wie

andere zal u

:

den dood is uwer geen ge„ In loven in het graf?" staat er dan toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's