De gemeente gratie - pagina 66
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TEMPERING VAN DE ZONDE.
62
Hoe
ontzettend het dan ook
er nooit eenige
zonde
om
zij
in te denken, toch is het zoo, dat
God
volvoerd dan met krachten, die door
is
ge-
schapen en in stand gehouden veerden, ook op het eigen oogenbhk dat de zonde gepleegd werd. Want wel konft in de Heilige Schrift ook hier en daar een voorstelling voor, alsof God in enkele gevallen opzettelijk tot zonde aanport en prikkelt, en het derhalve dualistisch ons voorkomt, als werkte de zonde zelfstandig en uit eigen hoofde en uit eigen krachten, en als ware het God, die den zelfstandigen bezitter van deze zondige
om ze tot zonde te we dan ook geen leerontwikke-
krachten eerst door prikkeling er toe brengen moest, gebruiken. ling,
Maar
in zulke verhalen
vinden
geen waarheidsopenbaring, maar alleen een mededeeling in menschevorm, en de analogia fidei eischt dat we al zulke voorstellingen
lijken
uitleggen naar de opzettelijk gegeven openbaring. Als er staat, dat iets
berouwt", dan eischt de analogia
fidei,
dat
we
„Gode
dit uitleggen
naar
den opzettelijken openbaringsregel „God is geen mensch dat Hem iets berouwen zou. Bij Hem is geen verandering noch schaduwe van omkeering". Die methode is de eenig ware. Verhalen, berichten en mededee:
worden door de Heilige
lingen
Schrift gemeenlijk in het kader
van onze
menschelijke voorstellingen gezet, maar altoos moeten die voorstellingen, zult ge tot
absolute
den waren achtergrond doordringen, vertolkt worden naar die
voorstelling,
ons in de bepaalde waarheidsopenbaring ge-
die
geven wordt. Zoo dus ook,
wegen dwalen", dan
is
als er staat:
„Waarom
ook dat God David aanporde
of
doet Gij ons van onze
om
het volk te tellen,
maar moet
die voorstelling als menscheïijk te waardeeren,
tolkt naar
den
regel, dat alle
krachten Godes
zijn,
ze ver-
en dat de omgekeerde
werking van Goddelijke krachten in de zonden der menschen, door
kan worden vrijgelaten of ingetoomd. Scherp genomen kan men dan ook „bovennatuurlijk"
is.
Ze
is
overgelaten,
in haar gelegde
d.
w.
gemeene
gratie
zeer zeker alzoo te noemen, in zooverre ze van
God naar ons menscheïijk zelve
niet zeggen, dat de
Hem
z.
geslacht uitgaat.
werkende met
De
gevallen natuur aan zich-
niets anders
dan de door God
krachten, en ook, die krachten geen andere heerschappij
uitoefenende dan die van den gevallen mensch uitgaat, zou pijlsnel in den
afgrond des verderfs wegglijden. Er
tredende daad Gods,
die, in
is
dus metterdaad een tusschenbeide
haar motief, niet middellijk maar onmiddellijk
werkt. Middellijk zou de werking
zijn,
indien het motief,
wilskracht van het ik van den mensch uitging, in
zooverre
God de werking der krachten
aandrift, niet
niet
maar
ze
is
d.
i.
de bewegende
hier onmiddellijk,
aan het impuls, niet aan de
aan de heerschappij van het zondig
ik
en aan de neiging der
maar de zondige doorwerking door opzettelijke kracht tegenhoudt en stuit. Zooals de voerman op steile bergwegen weet, dat het wiel van zijn wagen, eenmaal aan het rollen, met steeds versnelzondige natuur overlaat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's