De gemeente gratie - pagina 520
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZORGSMAATREGELEN.
516
die
gemoed opkomt, acht men hoonend voor Gods
uit het
veroordeelt deswege het standpunt, waarop
nemen van
men
majesteit,
en
verleid wordt tot het aan-
zulk een houding.
Hiertegen nu
opgemerkt, dat reeds de enkele gedachte, alsof wij door
zij
menschelijke maatregelen de almacht Gods konden stuiten, waar ze ook insloop, steeds onvoorwaardelijk te veroordeelen
of
medisch deskundige, die
een gedachte,
is
nemen van
was en dat ;
elk staatsman
maatregelen door zulk
zijn
Maar heel
daarin zwaarlijk zondigt.
gemoedsstemming, én het nemen
die zondige
het,
het
het ook maar voor een deel geïnspireerd wordt, zeer
zij
God hoont en
stelliglijk zijn
bij
zelf
iets
anders
van voorzorgs-
maatregelen, te veroordeelen. Als de Farizeër en de tollenaar beiden naar
den tempel gaan, en beiden in dien tempel bidden, is daarom de gemoedsstemming die hen tot dezen stap uitdrijft nog volstrekt niet gelijk. Al geven
we dus volkomen
gouvernement
dat er
toe,
mannen
denken: „Wij zullen aan
al
lenties te zeggen had, eens
dat geroep, alsof
kunnen, zoowel in het
zijn
de geneeskundige raden, die
als in
in
God
zekere verwatenheid
over zulke pesti-
iets
voorgoed een einde maken, en daarom de pest
de wereld uithelpen," van den anderen kant dient evenzeer erkend, dat zulk een vermetele zin
de éénig denkbare
is.
het
bij
—
nemen van deze maatregelen
volstrekt niet
Er bestaat tusschen den aard en de werking van
zulke maatregelen eenerzijds, en anderzijds de gemoedsstemming ze uitgevoerd worden, volstrekt geen noodzakelijk verband.
deel zeer wel denkbaar, dat de
man
Het
die zulke maatregelen
waarmee
is
integen-
nam,
of zelfs
aan anderen voorschreef, ganschelijk niet aan God gedacht hebbe, en alleen practisch en zakelijk te werk ging. Het gevaar dreigde. Hij had er
van gehoord, dat
genomen waren.
in
andere landen vaak deze en die maatregelen er tegen
Hij liet onderzoeken, hoe die maatregelen
aangelegd. Voerde ze toen in
eigen land
in.
En
moesten worden
de uitkomst toonde, dat
kwaad voorbij dreef. Nu is zeker ook die gemoedsstemming de ware niet. Welke gev^chtige zaak ook buiten God om te ondernemen, is altoos af te keuren; maar al pleiten we deswege zulk een niet van ongeloof vrij, het
toch dient erkend, dat
bij
zulk een van opzettelijke vermetelheid of van
een voorbedachtelijk hoonen vau Gods majesteit geen sprake die
valt.
De man
zoo handelde, handelde voor zooveel zijn eigen bewustzijn aangaat,
eenvoudig buiten
God om.
ook
die tot
zijn,
dat
hij
—
Maar ook een derde is denkbaar. Het kan het nemen van zulke maatregelen overgaat, wel
terdege in deze zaak het licht en de wijsheid, de hulpe en de leiding van zijn
God
afsmeekt, en dat
hij
ten
nemen van zijn maatGod ze hem aanwijst, en pHcht stelt, om aldus een kwaad
slotte
tot
het
regelen overgaat, in het volle geloof, dat zijn
dat het
zijn
God
is,
die
het
hem
ten
land af te weren. Die zoo bad, zal dan ook,
van
zijn
zijn
pogen,
zijn
God danken. En
liep
dit
alzoo,
bij
welslagen van
dan zou er
bij
zulk een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's