De gemeente gratie - pagina 643
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
639
DE AANRAKING VAN SFEER EN SFEER. bleek steeds, dat ook bereikten.
hun doel nimmer
die dien zijweg insloegen, toch
zij
Van de Doopers spreken we nu
niet.
Hun
hoewel
stelsel toch,
hetzelfde bedoelende, miste alle consequentie. Ze heetten „de wereld te
maar maakten
mijden",
in eigen
kring goede
sier. Zij
verkeerden namelijk
in de dwaling, alsof de wereld alleen hutten hun huis, en niet evenzeer in hun eigen woning was, ja alsof ze die niet in hun eigen persoon met zich omdroegen. Maar wel kwam dit streven tot conceqentie bij de strenge
kloosterorden.
Lang
regel tamelijk hcht.
want
niet in alle kloosters,
Maar toch waren
er
in
meerdere
is
de levens-
van
steeds, en zijn er nog, tal
waarin het leven zóó streng wordt opgevat, dat de afsluiting van de wereld bijna gelukt schijnt. Zij die daarin vertoeven, sluiten zich af van de buitenwereld door een muur, na dien buitenmuur komt nog een celmuur, en in die cel slapen ze op wat bijna geen bed mag heeten, vertoeven ze in een uiterst nooddruftige kleeding, nemen ze niet dan het kloosters,
soberste voedsel, pogen ze hun voornaamsten
tijd in
door te brengen, pogen ze hun gedachten van
al
geestelijke oefeningen
wat wereldsch
is
af te
trekken, mijden ze soms zelfs allen ouderlingen omgang, leggen ze
het zwijgen op, en kastijden ze nog het vleesch,
mond
om
hun
het tot onder-
Zoo trekken ze zich zoover mogelijk in de zegeningen der Particuhere genade terug, en bannen ze alles uit, wat als zegening der Gemeene gratie ons menschen toekomt. Alleen de Fakirs in Indië werping
te brengen.
gaan nog verder, door
zelfs
onder geen dak te schuilen, maar zich in
koude en ontijden m vandaan komen, als vast
de open lucht,
En
groeien.
Gemeene
alles
dit
te nagelen, en de takken door hun haar te laten met geen ander bedoelen, dan om de sfeer der
verre
gratie
op één plek, waar ze nooit
liefst
houden,
te
en zich uitsluitend in de sfeer der
Particuliere genade terug te trekken.
En
toch
is zelfs
volkomen gelukt;
aan deze strengste orde nooit de toeleg, dien ze hadden, ja, die
toeleg
kon
niet gelukken.
Het lichaam der zoude
ging ook in hen mede, en in dat lichaam het menschelijk hart, waaruit de
uitgangen
des levens
en waarvan Jezus verklaard heeft, dat uit dat
zijn,
Op
hart des menschen de zonden opwellen.
opwelling geen zonde
is,
in
maar wie erkent dat de het woord, maar zeer zeker
hindert dit nu niet;
zonde volstrekt niet alleen in de daad en in
ook
het standpunt dat zondige
de verbeelding en in de gedachte, ja achter de gedachte, in de ligt, gevoelt dat al zulke afsluiting, hoever ook
opwellingen van het hart
gedreven, nooit tot een hermetische afsluiting kan leiden.
overmits de zondige opwellingen leiden,
maar evenzoo goed
En
dit te
volstrekt niet alleen tot zinhjke
tot geestelijke
zonde van zelfverheffing,
inbeelding,
hoovaardij en persoonlijken trots.
een leven
leidt
Nu
ligt juist
en op deze door
hem
gebrachte
zelf-
voor wie zulk
geen gevaar meer voor de hand, dan dat
geestelijke levenswijze,
minder
gedachten
hij
offers,
op deze
en op
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's