De gemeente gratie - pagina 95
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
91
DE GEMEENE GRATIE EN DE PRAEDESTINATIE.
Ook
drijven.
zullen als ideaal stellen, dat het hoogere genadeleven ons
zij
Maar om
eigen leven w^orde.
dit ideaal mogelijk te stellen,
met ons beleden, dat onze natuur op wil
of
zijn,
men, dat
om
onze
in
die hoogere
genade was aangelegd,
oorspronkelijke natuur de gegevens aanwezig
hoogere genadeleven, deze hoogere geestelijke werkingen
dit
in
nemen.
zich op te
In verband hiermede achten
we
het dan ook een besliste fout, dat
men
de voorverordineering of in het leerstuk van de praedestinatie dusver
in
op de particuliere genade, en niet ook de gemeene
te eenzijdig gelet heeft
gratie in de voorverordineering heeft opgenomen.
verder gaan, en de vraag stellen, niet eenigszins in strijd
als
moeten we nog
Zelfs
of ook onze Gereformeerde dogmatiek
met de Heüige
uitsluitend heeft opgevat, of
moet dan ook
Schrift,
de voorverordineering bijna
een besluit Gods omtrent het eeuwig wel
wee van zijne redelijke schepselen. Het feit valt niet te betwisten. Welk breeder werk over de „stelselmatige Godgeleerdheid" ge ook van
Gereformeerde
ge vindt altoos de voorstelling, alsof de prae-
zijde opslaat,
alleen dienst
destinatie
de verwerping
doet,
verkrijgen.
te
om den
achtergrond voor de verkiezing en
Het onderscheid tusschen praedestinatie en
komt dan ook gemeenlijk niet al te sterk uit. En die schrijvers, beide leerstukken afzonderlijk hebben behandeld, verloopen bijna allen
verkiezing die
in overtollige herhaling. In
dezelfde
stellingen,
hoofdzaak bespreken ze
dezelfde
tegenwerpingen,
Dit kon ook niet anders. Zoo lang
schepping Gods
prijs
geen andere vraag en menschen
stelt
beide onderwerpen gevolgtrekkingen.
toch in zijn gedachten de overige
mensch en engel let, en zich nu dan deze: waarop het bestaan van deze engelen
geeft,
uitloopen,
zal
men
bij
dezelfde
alleen op
dan beweegt men zich
in
een aparten kring,
en laat het organisch verband tusschen het redelijk schepsel, en de schepping Gods als geheel genomen, varen. Bij zulk een voorstelling wordt de zaligheid der uitverkorenen
gericht wordt. als
die
En
heel het
dan hoofdzaak. Dat
te
het doel waarop alles
werk der genade komt
een hulpmiddel waarvan God zich bedient, zaligheid
is
om
niet anders voor,
dan
de uitverkorenen tot
brengen. In dien gedachtengang nu
is
het lot der ver-
lorenen bijzaak, in zooverre te hunnen opzichte niet anders geschiedt, dan dat de geestelijke pestilentie, waaraan ze lijden, tot den eeuwigen dood in hen doorwerkt. Over hen is verder niets te zeggen dan dat ze niet gered worden, en voor het overige worden ze slechts pro memorie uitgetrokken. De uitverkorenen daarentegen roepen om een breede actie van Gods zijde. Zij
zijn
in
zonde ontvangen en geboren, en toch
zijn
ze
verkoren, en
moeten dus tot de heerlijkheid worden geleid. Voor dit doel gaat alzoo de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's