De gemeente gratie - pagina 256
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE KERK ALS INSTITUUT. ORGANISME.
252
gedachte
dat er niet
uit,
of verband; dat er niet
is
saamlijmen of aaneenrijgen alleen
saambinding
is
;
maar dat
daar denkbaar en mogelijk
naderen,
is,
er
een
is
zulk een in elkaar groeien als
is
waar de twee
elkander liooren, op elkaar
bij
door een omgeslagen windsel
als
uitwendige bijeenvoeging; dat er niet
zijn
deelen, die tot elkaar
aangelegd, en eigenlijk reeds,
saamkwamen, eenzelfde soort leven gemeen hadden. De twee kanten van een wond grijpen elkaar terstond in liefde aan, en groeien zoo ineen, dat ge binnenkort van geen wond meer merkt, omdat eer ze
de twee stukken in
er tusschen
blijft
elkaar hoorden, een zelfde leven in zich droegen, en
bij
hun grondslag
gelijksoortig
waren aangelegd. Een
vezel,
een draad die
hangen, verhindert de ineengroeiing, omdat die er orga-
maar er vreemd aan is. En ditzelfde ineengroeien merkt ge nu ook, waar ge een stuk wond vleesch van uw arm op een wond gemaakt deel van den arm eens anderen legt. Ook die twee rauw
nisch niet
bij
hoort,
gemaakte deelen grijpen elkaar niet
omdat
ze, gelijk bij
in liefde
aan en groeien aanstonds ineen,
de eerst bedoelde wond, vooraf één waren, want
en de arm van dien ander waren twee en blijven twee. Maar ze groeien ineen, omdat ze in de eenheid van de soort, in de eenheid van alle menschelijk vleesch toch een saamhoorigheid en een oorspronkelijke
uw arm
eenheid bezaten, en die oorspronkelijke eenheid schuilt niet in de deeltjes,
in
want
in u
waren andere
cellen
dan
in
stof-
den arm des anderen, maar
de eenheid van aard der saamvoegselen en organische verbindingen.
in uw arm precies zooals ze dit deden in den arm des anderen. Dit was u met hem gemeen. Hierin bestond uw beider
Die werken, trekken, zuigen
oorspronkelijke eenheid, overeenstemming en saamhoorigheid.
hierdoor dat het stuk vleesch van vastzet en er
meê
uw arm
saamgroeit, omdat
ze,
in dien
En
het
arm des anderen
is
zich
zonder het te weten, reeds een
organische saamhoorigheid bezaten. Is
het hierdoor duidelijk geworden, dat
we ook
het organisme der
bij
kerk niet enkel op het mystieke Lichaam en het ingelijfde
op de organische verbindingen of sadnivoegselen ontstaat nu de vraag,
wat
dit
lid,
te letten
voor saamvoegselen
zijn.
maar ook
hebben, dan
En dan
bleek
reeds uit het gekozen beeld van het inentsel en van de wondgenezing, dat deze saamvoegselen oorspronkelijk in de natuur van plant en vleesch
moeten aanwezig zijn. Zeker men kan om de wond ook een gipsverband leggen, haar met zilverdraad saamrijgen, of windsel er omwinden, en ook dat gips, die draad en dat windsel houdt bijeen. Maar niet dat bijeenhouden is
het saamgroeien. Dat bijeenhouden strekt slechts
om
de altoos zoekende
deelen vlak bijeen te brengen, en het ineengroeien geschiedt geheel buiten gips,
draad of windsel om, door de werking van het bloed en van het
weefsel.
Ook
bij
het organisme der kerk
dingen of saamvoegselen dus niet zoeken
mag men in
cel-
die organische verbin-
wat uitwendig bijeen houdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's