De gemeente gratie - pagina 575
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
571
op de betering van haar ellendige toestanden, en ge ziet hoe vaak de ongeloovigen voorop gaan, wie kan dan zijn prijs en lof terughouden voor die „gemeene gratie" onzes Gods, die zelfs in het hart der onbekeerden de wet des deelnemens in anderer lijden nog zoo krachtig doet
zijn
hierbij
werken doet?
De
dan ook voor de hand. God maar ons menschelijk geslacht. Hij ziet dat geslacht in zonde verzonken. Door de zonde rust op dat geslacht de vloek. En waar nu die vloek zich in lijden openbaart, treft dat lijden niet de enkele personen, maar het geslacht als zoodanig, en is het alleen zijn genade, dat het niet op allen gelijkelijk neerkomt, maar slechts op enkelen in die massa. Het moest allen treffen. Dat het slechts op enkelen neerkomt is alzoo noch hardheid noch onrecht, maar enkel sparende genade. Hij die dan getroffen wordt, heeft niets te klagen. Hij die gespaard wordt, heeft te danken voor verbeurde genade. Hier hangt dus alles aan het schuldbesef. Gaan we voor God staan als ware onze natuur goed in zichzelve, en als waren we buiten schuld, dan is God wreed en hard, omdat Hij de onschuldigen met lijden bezoekt. Maar staan we allen saam in de schuld, en zou ons geen onrecht geschieden, als bij het uitconclusie, die hieruit te trekken
ligt
is,
ziet voor zich staan, niet enkele personen,
breken van een epidemie allen stierven, dan heeft wie getroffen wordt, tegen
niets
zijn
God
in te brengen,
en
is
het enkel sparende genade, dat
de engel des verderfs vele andere gezinnen voorbijgaat. Maar dan ook heeft wie gespaard wordt, nooit op
één die
om meerder
hem
dien het
treft,
neer te zien als op
zonden harder gestraft werd, maar
als op één, op wien de gevolgen van aller schuld neerkomen. En in verband hiermede nu heeft God tusschen hart en hart onder de kinderen der menschen banden gelegd, gevoelsbanden, die het u onmogelijk maken als ge anderer lijden
ziet,
zelf
koud, onaangedaan en gelukkig te blijven. Een moeder
die haar kind ziet lijden, lijdt
van menschelijk
lijden doet
vaak sterker dan het kind
ons zelf
pijnlijk aan. Bij
zelf.
De aanbhk
diepen rouw die over
anderer hart komt, trekt het bang gevoel van rouw over onze eigen
Een
pijnlijke
operatie kan
men
ziel.
niet aanzien zonder dat het ons zelf door
Wie op een slagveld rondwaart na den veldslag, voelt weemoed ineenkrimpen. Dit medegevoel is zelfs zoo sterk, wien zelf niets deert, toch tranen stort om anderer smart. En hoe
het hart schrijnt. zijn
dat
hart van hij
ook langdurige gewoonte en gestadige herhaling van dezelfde tooneelen, dit gevoel des medelijdens bij heelmeesters, ziekenoppassers, aansprekers en doodgravers moge afstompen, bij de groote menigte blijft dit gevoel oppermachtig heerschen. Zelfs vergist ge u, zoo ge waant, dat alleen de gevoelige, is
een
stil
weenende naturen het monopolie dezer Hefde bezitten. Er en verborgen mede lijden met anderer leed, dat minder luid-
snel
ruchtig en minder snel lucht zoekend, juist
daarom vaak
veel dieper gaat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's