De gemeente gratie - pagina 289
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE
den Heere beginnen
ijveren voor
aan het leven, maar gaat er
in,
DE HEILIGMAKING.
IN
Wie goed
zou.
en poogt er
285
staat, onttrekt zich niet
Heiland in te dienen, en
zijn
zulks niet als een halve dominee zonder patent,
maar
als burger
onder
medeburgers, in het veelvoudig leven der maatschappij, en naar den
zijn
aard van dat leven. Doch dan, het spreekt vanzelf,
blijft hij
ook
in ge-
stadige
aanraking met die omgeving, en gaat er ook omgekeerd zekere
invloed
van die omgeving op hem zijn dood heeft af
dan
dit
stelt
bekeerde na
nu het pad, dat hij na zijn pad der heiligmaking,
Is
uit.
bekeering tot aan
te loopen, het
ons de vraag, welke beteekenis die omgeving, w^aarin een
zijn
bekeering
voor
leeft, bezit
zijn
Die beteekenis wordt gemeenlijk opgevat lijke
men
en gevaarlijke. Zelf heeft
voortgang in heiligmaking.
als
een uitsluitend bedenke-
zich bekeerd, dat leven der wereld is
hem een invloed ten goede op die omgeving uitgaan, maar omgekeerd kan de invloed dien de wereld op hem uitoefent, niet anders gedacht worden, dan als een zeer slechte. Hoe nog onbekeerd: wel kan er dus van
grooter zijn invloed op
van
zijn
geven we
omgeving, des te beter; hoe grooter de invloed te boozer voor zijn zieleheil.
En
ten deele
Voor zoover de wereld uit de zonde God maar zichzelve bedoelt, en van het eeuwige aftrekt, om in
dit natuurlijk voetstoots toe.
leeft, niet
hetgeen voor oogen te
zijn
omgeving op hem, des
is,
op
te gaan, heeft,
wie zich bekeerde, dien invloed
weerstaan, en er zich tegen te wapenen. Waken, bidden, strijden,
hier het parool. Maar, en dit
is
is
veel te veel voorbijgezien, er werkt in die
wereld niet enkel sonde. Immers, een wereld waarin enkel zonde werkte, zou verstoken moeten
werkt
in
zijn
van
alle
de wereld ook genade, en
genade, en juist dit
juist die
is
genade noemen
niet alzoo; er
we de gemeene
genade die nooit zaligmakend, maar wel terdege zondestuitend
gratie, een
en ontwikkeling bevorderend
Juist hierdoor
is.
nu komt de gemeene gratie ook
in
aanraking met onze
Heiligmaking. Niet alsof de heiligmaking in haar wortel en aandrift niet eeniglijk uit de
dien
zin,
inwoning van den Heiligen Geest zou opkomen, maar
in
dat de vorm, de levensvorm, waarin de heiligmaking uitkomt, en
de graad van sterkte waarin ze doorbreekt, in zoo menig opzicht afhangt
van de meerdere of mindere gratie die in onze omgeving werkt. Een niet te miskennen tegenstelling uit de apostolische eeuw moge dit toelichten.
Boven
dit
hoofdstuk plaatsten
apostel aan
we
als
Schriftwoord de vermaning van den
de kerk van Thessalonica
:
„Want
wij hooren, dat
onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar
ijdele
sommigen
dingen doende.
Doch de zoodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende hun eigen brood eten." Het feit deed zich alzoo voor, dat
in
deze Christengemeente velen zich schuldig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's