In Jezus ontslapen - pagina 235
„VOOR DEN RECHTERSTOEL VAN CHRISTVs".
219
persoonlijk voor dezen grooten Rechter verschijnen alle menscheu zoowel mannen als vrouwen en kinderen die van den aanbeginne der wereld nf tot den einde toe geweest zullen zijn verdagvaard zijnde door dr stemme des archangels en door het geklank der Goddelijke bazuin. Want alle degenen die gestorven zullen wezen zullen nit de aarde verrijzen de zielen te zamen gevoegd en vereenigd zijnde met haar eigen lichaam in hetwelk zij zullen geleefd hebben. En aangaande degenen die alsdan nog leven zullen, die zullen niet sterven gelijk de anderen maar zullen in een oogenblik veranderd en uit verderfelijk onverderfelijk worden. Alsdan zidlen de hoeken (dat is, de conscientiën) geopend en de dooden geoordeeld worden naar hetgene zij in deze wereld gedaan zullen hebben hetzij goed of kwaad. Ja de menschen zullen rekenschap geven van cdle ijdele ivoorden, die zij gesproken zullen hebhen, die de wereld niet dan voor kinderspel en voor tijdverdrijf acht. En dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der menschen openbaarlijk voor allen ontdekt worden. En daarom is de gedachtenis van dit oordeel met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de boozen en goddeloozen maar zeer wenschelijk en troostelijk voor de vromen en uitverkorenen: dewijl alsdan hunne volle verlossing volbracht zal worden, en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten des arbeids en der moeite die zij zullen gedragen hebben: Inmne onnoozelheid zal door allen bekend worden." Dit sta hier voorop, omdat God ons in de Heilige Schrift zekerder dan iets de stelligheid van dit Laatste Oordeel heeft doen aanzeggen, en zulks meer dan eens niet met korte aankondiging, maar omstandig en breed. Zóó, om niet meer te noemen, schreef de Heilige apostel Panlns in Roni. 2: Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mensch, wie gij zijt, die anderen oordeelt want waarin gij eeuen andereu oordeelt veroordeelt gij n zelven want gij die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen. En denkt gij dit, o mensch, die oordeelt degenen die zulke dingen doen, en ze doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden? Of veracht gij den rijkdom zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid en lankmoedigheid niet wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekeering leidt? Maar naar uwe hardigheid en onbekeerlijk hart vergadert gij n zelven toorn als eenen schat, in den dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods; welk een iegelijk vergelden zal naar zijne werken. Dengenen wel, die met volharding in goed doen, heerlijkheid en eere en onverderfelijkheid zoeken het eeuwige leven maar dengenen die twistgierig zijn en die der waarheid ongehoorzaam doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
:
:
:
,
,
,
,
,
,
:
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's