De gemeente gratie - pagina 173
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
169
JEZUS EN DE TOEBEREIDING DER WERELD.
bestaande wereld dan ook een zoo geheel eenige gebeurtenis, dat
om
strijd
de geloovige en ongeloovige historieschrijvers zich hebben uitgeput, om dezen wonderen ommekeer in de geschiedenis dezer wereld te verklaren.
geen verklaring. Of waarom zou de invloed van den Heiligen Geest, zou de bezieling die van den verhoogden Middelaar uitgaat, thans minder zijn dan destijds? De nevelen kunnen dichter of
De mystiek
dunner
en daardoor het licht dat ons oog opvangt, doffer of klaarder,
zijn,
maar de zon niet
geeft hier
blijft
hoe ook de glans en gloed van haar
toe,
En
verschillen.
zoo thans ook
mag
op onze aarde mogen
licht
het ontzettend verschil tusschen den
eersten wonderen opgang van het Christendom, en de traagheid
het thans nog
in
neemt
altoos dezelfde zon en haar uitstraling mindert of
waarmee
de Christenwereld voortkruipt, nimmer verklaard uit een
mindering van actie bij Jezus, maar moet toegelicht uit de meerdere of mindere dichtheid van de nevelen, die in het leven der volkeren de doorbreking van zijn licht hinderen of bevorderen. Stellig sinds ingetreden
overtreft de
missionaire,
opzettelijke
organisatie voor de
kerstening der
wereld, in omvang, in geldofferande, en in de bediening door afzonderlijk personeel, zeer verre de gelijksoortige
actie
in
de eerste eeuw, en toch
kunnen we niet doorbreken, zien we nergens onder de Heidensche of Mahomedaansche volken en natiën een zelfstandig, krachtig Christelijk leven opkomen, en troosten we ons reeds met de kleine triomfen die op de Zuidzee-eüanden, op Madagascar, in de Minahassa enz. behaald zijn, het liefst voor onszelven verbergende, dat de invloed van deze kleine winste op het geheel van het wereldleven, en op de beteekenis van Paga-
nisme en Islam zoogoed als niets is. De vier groote brokstukken der wereld, die
in
China en Japan, in Indië,
in de Islamietische wereld, en in Afrika voor ons liggen, hinderen ons Christelijk
of
we
gevoel, en telkens
komt de bede en de verzuchting
in
ons op,
toch, als een Paulus en Silas in die donkere volksgroepen uitgaande,
stormenderhand het leven dier natiën voor den Christus gewinnen mochten. Saam zijn ze ver over de duizend millioen. Nochtans vordert men niet des
noemens waard. En toch
En ook nu
de Christus en
is
dezelfde, toen én heden.
het gebed en de toewijding voor de Zending ontbreekt niet.
blijkt
historie in
leeft
hieruit
anders, dan dat
bij
Wat
deze natiën door den loop van haar
nog niet die ontvankelijkheid, nog niet
honger gewerkt
die
is,
die
de eerste eeuw een zoo wonderen opgang van het Christendom in het
Romeinsche wereldrijk mogelijk maakte; en het
is
van deze tegenstelhng, dat ge ten volle verstaan
eerst onder het licht leert,
hoezeer
God de
Heere door zijne gemeene gratie de toenmalige wereld op de komst van den Christus en op den ingang van zijn kerk in deze wereld had voorbereid. De Heilige Schrift spreekt van de „volheid der tijden", en wat nu is dit anders, dan dat niet alle tijden gelijk zijn, dat er tijden zijn van voorberei-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's