De gemeente gratie - pagina 503
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
499
ONTSPORING.
ping verijdeld. Uit de ééne schepping vloeit dus tw^eeërlei voort. Eenerzijds dat ontsporing op zelfvernieling moet uitloopen. zelfvernieling der ellende een
die
is, die God moet moet doen, om wat
feit,
Maar ook
en ten slotte te
hjkheid
te keer gaan, die Hij bestrijden
niete
Hij schiep, te leiden tot het door
De schepping
anderzijds, dat
een macht, een ontzettende werke-
Hem
bepaalde
daarom moeten de krachten, die ze tot aanzijn riep, zoo ze verkeerd gaan, vernielend werken. Maar ook de schepping heeft een bestemming, en omdat de zelfverniehng tegen die bestemming ingaat, gaat ze tegen God in, en deswege heet de Dood een
doel.
vijand,
is
wezenlijk, en
God
een vijand die bestreden, en ten slotte door
moet worden. Zoo
blijkt
dus,
waarlijk in heilige harmonie
is,
en dat beide, én Gods wil, dat er
sporing zelfvernieling zal volgen, én dat die zelfvernieling is,
en door
Hem
te niet
te niet
gedaan
dat hetgeen eerst scheen te strijden, wel
gedaan worden, saam
uit
Gode
bij ont-
vijandig
de ééne daad der schep-
ping voortvloeien, en beide van de natuur dier schepping onafscheidelijk
men
zoodra
zijn,
staat,
waarin
slechts die schepping als een wezenlijke daad
heiHge wil tot uitdrukking
zijn
In verband hiermede lette ondergang.
We
lezen daar:
Sodom en over Gomorra zeggelijk
men op wat
Gods
ver-
kwam.
in Gen. 19
:
24 staat van Sodoms
„Toen deed de Heere zwavel en vuur over
regenen,
van den Heere
uit
den hemel." Ontegen»
toch ligt in deze uitdrukking, de aanwijzing van een tweeërlei
werking, die van God uitgaat. Er is eenerzijds „de Heere uit den hemel," van Wien de vernieling over Sodom en Gomorra uitgaat. Maar er is ook anderzijds „de Heere", die aan
Abraham verschenen was, en gezégd had:
„Ik zal haar niet verderven, indien er maar tien rechtvaardigen in haar
gevonden worden." Van den éénen kant alzoo de hoogheid Gods, die de
maar ook van den anderen kant de tegen de die, als het kon, haar wil stuiten. Toch zijn die beide één. Het zijn niet twee Heeren, maar het is beide malen: DE HEERE, met denzclfdeu naam en dien naam uitgedrukt geheel op dezelfde wijze. Maar dan is het ook duidelijk, dat we hier een openbaring hebben zelfvernieling wil en werkt,
vernieling ingaande ontferming,
van tweeërlei wil
in
door zelfvernieling zijn
wil,
Abraham
om
te
God. Eenerzijds de openbaring van
zijn wil,
om
zonde
laten achtervolgen, en anderzijds de openbaring van
de verniehng tegen
te
gaan.
Want wel
is
het zoo, dat het
Sodom afsmeekt; maar wie zou dat anders willen verklaren, dan dat „de Geest der gebeden" hem in het hart was gestort; en ook afgezien hiervan, was het toch de Heere die zijn wil openbaarde, om, werden er nog tien rechtvaardigen in Sodom gevonden, de verniehng van Sodom af te wenden. En als nu toch het oordeel over Sodom komen moet, dan staat er uitdrukkelijk, dat de Heere wiens de is,
die
de behoudenis van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's