De gemeente gratie - pagina 467
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET GEBRUIK VAN MIDDELEN.
vroom
waarlijk
te
zijn,
voor Gods kind de hoogste eeretitel. Blijkt
is
daarentegen, dat het juist van Godswege plicht
en dat Hij het gebruik der middelen en moeten
te gebruiken,
worden
bestraft,
463
ze wél te gebruiken,
het onvroom, ze niet
is
schuldig maken, deswege
die zich hieraan
zij,
om
is,
dan
wil,
behept met een „eigenwilligen godsdienst van het
als
lichaam niet te sparen," en daarmede afdolende van de paden des Heeren.
we boven dit opstel Gen. 3 21, waarin Heer e God m,aakte voor Adam, en zijne vrouw rokken en toog ze hun aan." Nu gaan we op de uitlegging van deze in. Dit zou ons te ver afleiden. Het is er ons alleen om te
In verband hiermede nu plaatsten
we
:
lezen: ,^En de
van
vellen,
plaats niet
om
doen,
deze mededeeling het
uit
daad des Heeren, God
gemeene
ellende,
die
Natuurlijk houden
zelf
af te
feit
het gevolg der zonde
we ons
dat blijkens deze
hier niet op
bij
om
middelen aan
tegen de
te
wenden.
hen, die niet gelooven
wat hier
is,
het overdrachtelijk verklaren. Wij handelen hier alleen met hen,
staat, of
die
met ons het verhaal
en
gelooven
de eerste hoofdstukken van Genesis aannemen
uit
de waarachtige mededeelingen, van
als
En
werkelijk plaats grepen.
dan,
men
zal dit
mededeeling niet alleen uiterst belangrijk en
Het
leiden,
de menschen onderwezen heeft,
feiten,
die
moeten toestemmen,
maar
leerrijk,
is
alzoo
deze
zelfs beslissend.
toch geen tegenspraak, dat in het Paradijs alle kleeding of be-
lijdt
dekking ondenkbaar was. God schiep den mensch naakt, niet met de bedoeling dat
kon
dit
in
„Adam
was.
zijn
hij
vormen bedekken, maar dat
ze vertoonen zou.
hij
En
den staat der reinheid, omdat elk gevoel van schaamte afwezig en
zijn
vrouw waren naakt, en
schaamden
zij
zich niet."
Terstond na hun zonde daarentegen had het gevoel van schaamte hen zoo machtig aangegrepen, dat ze, hoezeer met hen beiden alleen zijnde, en wetende dat geen oog van derden hen bespieden kon, nochtans terstond zich een
eersten,
bladerenbedeksel
om
om
de lendenen vlochten.
wendig middel
te gebruiken.
Had nu God
was
dit
nam
de vijgebladeren, waarmede zie,
vlechtsel
niet alleen
maar
waren dus de
dit niet gewild,
mocht
dat,
zij
dit staat er niet.
van bladeren
zich
God
omgord hadden, van hun lenden
Er staat veeleer
is in zijn
uit-
dit niet,
afkeuringswaardig, dan had er moeten staan: „En de Heere
weg." Maar,
Het
Zij
aanstonds tegen de gemeene gevolgen der zonde een
juist het
omgekeerde.
oog ongenoegzaam. Hij weet, dat het
de schaamte als gevolg
is, waartegen ze zich zullen te dekken hebben, van den vloek, ook de koude hen zal aantasten. De
atmosfeer van het Paradijs, met haar gelijkmatige zachtheid, ging teloor. Kilheid en vocht zou de zoelte vervangen, en voor
's
menschen welstand,
keer op keer, bedekking en verwarming van het veege, broze lichaam noodig is
om
zijn.
En nu
zegt
God
niet: In die
koude
is
mijn oordeel. Die koude
der zonde wil. Die koude m,oogt ge niet bestrijden. Daar moogt ge
geen middelen tegen aanwenden. Neen,
in het
minst
niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's