De gemeente gratie - pagina 359
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN GODS VOORZIENIG BESTEL.
355
Zulk een scheiding toch tusschen particuHere genade en gemeene
niet.
gratie
kon
tot
een tweeheid in ons hart, tot een tweeheid in ons leven,
tot een tweeheid in ons belijden voeren, en daarin ten slotte, de vastheid van ons zelfbesef en van ons zedelijk bestaan ondermijnen. De geheele gang van ons betoog eischt daarom, dat we thans rechtstreeks op God
zelven
teruggaan,
en
in ^ijn
Voorzienig bestel de hoogere eenheid van
beide soort genadewerkingen weer vastleggen.
Te meer aanleiding bestaat hiertoe, omdat in het gemeene spraakgebruik Gods Voorzienigheid meest wordt toegepast op wat buiten het zaligmakend geloof omgaat. In die diepe dingen wil men dan niet inkomen, maar „de Voorzienigheid" daar
en die vindt
men
blijft
men aan
vasthouden, daar kan
veel gemakkelijker te verstaan ook.
men
niet buiten,
In die gemoeds-
stemming vindt ge tal van welgestelde menschen, die toch vinden dat men God danken moet voor bijzonder succes in zijn zaken, voor een boven verwachting geslaagde onderneming, voor een meegeloopen Avaagstuk. Ze waren eerst van kleine kracht, maar van lieverlede hebben ze geld verdiend, en daar moet God nu in gekend worden. Soms bekruipt hen de angst van wat ze hebben weer te verliezen, en bij wie anders is daartegen zekerheid te vinden dan
bij
de goedertierenheid Gods? Alleen die
God kan ook hun kinderen door de wereld
helpen.
En
voorts
is
men
in
zooveel gevallen in gevaar van ziekte, ongeval of zelfs van dood, dat zulke lieden niet verstaan hoe anderen voortleven, zonder het geloof in een
God
Voor wat aan hen hing zouden ze „het geloof in een Voorzienigheid" wel in gulden letteren op de hoeken van alle straten die over dit alles waakt.
—
willen aanspijkeren.
En evenzoo
vindt
men een breede
schare van zulke
Voorzienigheidsgeloovers onder de min gelukkige lieden der wereld. Die teleurgestelden, wien het tegenliep, en die nog altoos
met tegenspoed, met klimmende zorgen en soms zelfs met gemis van het noodige te worstelen hebben, blijven daarom toch in hun hart behoefte aan een beteren gelukstaat in zich omdragen. Liefst hadden ze dit nu hier reeds. Maar blijkt dat niet te kunnen, en bestaat op keer in hun lot geen kans, dan geeft het toch altoos meerder glans aan hun existentie, zoo ze een vergezicht openhouden, waarin zij de Lazarussen in Abrahams schoot zullen zijn. Ze voegen zich dan in de gedachte, dat het om en om gaat. Het ééne deel der menschheid hier gelukkig en in de eeuwigheid rampzalig, en een ander deel hier zijn lijden,
zoeken ze dit
niet.
maar dan ook na den dood
verblijden. Dieper onder-
In gedachten van schuld en verlossing gaan ze niet
Met de uitzondering op den gestelden weten grosso modo, dat er
in
in.
houden ze geen rekening. Ze deze balans zekere waarheid hgt. En op die regel
wijs
vinden deze tegenspoedigen zeker tegengif tegen het pessimisme dat
zich
anders van hun hart zou meester maken, in de belijdenis van een
Voorzienig God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's