De gemeente gratie - pagina 360
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN GODS VOORZIENIG BESTEL.
356
En
reeds op die wijs het Voorzieiiigheidsgeloof, wat den kring der
is
personen
betTeft,
afgescheiden,
ook
ja,
den kring der belijders van het
in
stelling
stand hield. Er
daarvoor heeft
maar
op tamelijk breede schaal van het zaligmakend geloof
er aan tegenover gesteld,
zijn
evenmin
valt te ontkennen, dat
heil in Christus, soortgelijke tegen-
zeer zeker hemelsche en eeuwige dingen, en
men den Heiland
en
zijn geloof in al die
er zijn toch ook aardsche, gewone, menschelijke
diepe mysteriën, dingen, die daar
maken hebben, en daarvoor heeft men zijn gewone Voorzienigheidsgeloof. Van dat diepe geestelijke geloof hoort men dan Zondags in de kerk, maar dat Voorzienigheidsgeloof is voor het huiselijk leven en voor alle dag. En zoodoende wordt de tweespalt in onze existentie tot in het geloof, ja tot in God zelf doorgetrokken. Men heeft tweeërlei leven; het eene natuurlijk en gewoon, ons met alle menschen buiten staan, en daarmee niets te
gemeen, en het tweede geestelijk
uit
de wedergeboorte, dat alleen de
men nu al leven heeft men
verkorenen kennen, en voor dat tw^eede leven heeft
maar door dat
stukken, al die mysteriën,
eerste
uit-
die leer-
het een-
voudige, voor ieder verstaanbare geloof aan de Voorzienigheid. Voor dat
men den
geestelijk leven heeft
van
zijn
Christus,
met
al
wat
tot de
mystieke sfeer
menschwording, opstanding en hemelvaart behoort, maar voor
natuurlijk leven heeft
men
Vader die in de hemelen Niet, dat spreekt
een scheiding
wel
maken
dit
de schoone en zoo roerende belijdenis van een
is.
vanzelf, alsof
zou.
ook de dieper ingeleide Christen zulk
Reeds de Catechismus
leert ons dat
„Vader in
de hemelen" wel anders en beter verstaan. Maar voor een breede klasse
van geloovige Christenen, die het metterdaad oprecht met hun geloof meenen, maar niet gewoon de mysteriën plegen
zijn
door te denken, en daarom niet dieper in
in te dringen, staan beide meestal naast elkander,
en
„Onze Vader, die in de hemelen is" in den
trekt zich de belijdenis van
regel op het uitwendig levenslot saam. Een niet te loochenen feit, in verband waarmee het terstond in het oog springt, dat we hier te doen hebben met eenzelfde onderscheiding als die tusschen de particuliere en de algemeene genade. Dat Voorzienigheidsgeloof toch raakt óók het leven, dat
ons met alle menschen gemeen
is
en ons toekomt uit de eerste geboorte,
en alleen dat zaligmakend geloof slaat dan op het tweede geestelijke leven, dat eerst in
de wedergeboorte ons toekwam. Tevens
blijkt
ook uit het
twee levens evenzoo onderscheidt, dat er metterdaad aan deze onderscheiding een onmiskenbare waarheid ten grondslag ligt, en dat de fout alleen daarin kan liggen, dat men wat alleen te feit,
dat onze
Belijdenis deze
onderscheiden was, voor
zijn
besef geheel vaneen scheidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's