Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 200

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 200

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

2 minuten leestijd

VOORBEREIDENDE GENADE.

196

schrikkelijke vernieling der zonde gestuit had, en alzoo zekere bekw^aam-

men

heid had tew^eeggebracht tot wat

pleegt te

noemen

natuurlijke of

burgerlyke gerechtgiheid.

Ook deze burgerhjke gerechtigheid intusschen dankt de zondaar niet aan maar alleen aan God. Ware toch Gods gemeene gratie niet

zichzelven,

tusschen beide gekomen, ook deze burgerlijke gerechtigheid zou niet be-

en ook, trok God

staan;

zijn

gemeene

gratie

ze zou verdw^ijnen.

terug,

wat hoogen trap ook opgevoerd, verandert wel de conditie van den mensch, maar herstelt zijn natuur niet. Leeuw of tijger mogen onder het bedwang van den temmer onge-

Ook deze

burgerlijke gerechtigheid echter, tot

geworden, en

vaarlijk zijn

dende handehngen en

tijger

zullen

zich

ze

van.

offer

gemeene gratie

gen op,

als

weg

de temmer

op hun prooi werpen, en die

en ge laat leeuw

En

zoo nu ook staat de mensch, onder het bedwang der

gratie, er is hij

aan

toe.

Nu, en zoolang als God

zijn

hem

door de gemeene

betrekkelijk rustig en leent zich tot ordelijke handelin-

de burgerlijke samenleving. Maar hief God

dan zou

is,

hun wilde natuur terug, versHnden. Soms zelfs werd

een oogenblik van gebroken wilskracht, er het slacht-

zelf, in

temt,

in

of kunsten,

van geor-

keert aanstonds de werking van

los,

de temmer

zich leenen tot het verrichten

zelfs

dit

temmend bedwang

natuur blijken nog geheel dezelfde te

zijn

gebleven, en

die verdorven natuur zou nog steeds het booze kwaad met telkens klimmende kracht opwerken. Reden waarom wij nimmer het recht hebben van onze vermeende hoogte, laatdunkend neer te zien op het kwaad van dieper gevallenen. Hetzelfde kwaad schuilt in kiem in ons eigen hart. Dat het in ons niet zoo ontkiemde, danken wij alleen aan Goddelijke genade (gemeene gratie), en week deze genade van ons, hetzelfde kwaad zou, al

uit

naar de gelegenheden

Deze Gereformeerde weersproken, die óf

zijn,

ontkiemen ook

uit

ons hart.

wordt intusschen nog steeds door anderen dat onze natuur als zoodanig, wel verloor het

belijdenis

stellen,

sieraad dat haar vroeger in de oorspronkelijke gerechtigheid

geven,

maar

in

haar zelve onaangetast

bleef,

nog altoos een meritum de congruo verwerven kan; houden,

was

bijge-

en dies, hoe ook verzwakt,

dat er zeer zeker bederf in onze natuur

óf

wel staande

maar dat dit zekere bekwaam-

intrad,

bederf niet zóó diep doordrong, of ze behield nog altoos

heid ten goede. Voor den feitelijken toestand nu levert dit in zoover geen verschil, als onze tegenstanders met ons; en wij met hen, belijden en

gemeenhjk onder ons wordt aangetroffen, ook buiten wedergeboorte en bekeering, zekere bekwaamheid bezit tot burgerlijke gerechtigheid; maar we verschillen bij de vraag, hoe deze bekwaamheid te beschouwen zij. Dan toch zegt de één: Deze bekwaamerkennen, dat de mensch, gelijk

hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 200

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's