De gemeente gratie - pagina 686
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
:
INVLOEDEN DEE GEMEENE GRA.TIE OP DE PARTICULIERE GENADE.
682
eeuw waren de Christenen veelszins gewoon, het meest in Engeland, maar toch ook hier, dit zoo uit te drukken, dat ze den hemel Kanaan noemden, dat de overgang over de Jordaan beeld was 17^^
Vooral in de
uit het leven in den dood, en dat Sion zoozeer één in hun voorstelhng was met den Troon van Gods heerlijkheid, dat ze schier niet anders spraken dan van het Sion daarboven. Sinds heeft het weer opgekomen ChiHasme dit inzicht in de symbolieke, en ten deele zelfs typische beteekenis van het land Kanaan, van Jeruzalem en van Sion weer verzwakt. Geen oog meer hebbende voor het verschil tusschen een identieke en een symbolieke realiteit, schonk men toen weer ingang aan de idee, dat de Joden weer naar Kanaan terug moesten, dat Jezus weer in Jeruzalem als Koning zou optreden, en dat het groote visioen van
van het overgaan
Ezechiël dan eerst vervuld zou worden, als in grof letterlijken zin het
land Kanaan de heerschappij over de wereld zou bezitten. Deze opvatting
van de identieke niets
bij
realiteit
had natuurlijk veel dat aantrok. Men had er letterlijk bedoeld: Kanaan, o, dat be-
te denken. Het was alles
reikt ge zoo ge
van de boot
te Jaffa
aan wal
stapt.
Jeruzalem
is
de stad^
waar ge nu ten deele reeds met een spoor heenreist. En Sion dat is die berg bij Jeruzalem, nu volbouwd met ordeloos bijeengevoegde gebouwen. Practisch kunt ge helpen, om er Joden heen te brengen. De Sionieten hebben er zelfs een bank voor opgericht. En als het zóóver nu maar
komen
kon, dat er een 3 a 4 millioen Joden naar die plek aan de Middel-
landsche Zee verhuisden, dan zou het einddoel bereikt
zijn,
Jezus weder-
komen, en de triomf van het Godsrijk ingaan. Jammer slechts dat de onbekeerde Joden dit heel anders verstaan, en op niets anders bedacht zijn, dan om den aiouden tempel weer op te richten, zoodat nu zelfs de groote zuilen voor dien nieuwen tempel in Italië reeds gereed liggen.
Kapernaïtisme, dat gelukkig weer gaandeweg doodbloedt, houden we ons dan ook niet op. Maar wel dient er op gewezen, dat de uitwendige volksstaat van Israël, met inbegrip van bodem, hoofdstad en tempel Bij dit
metterdaad
een
realiteit bezat.
veelszins
ten
zeer
Die symbolieke
onrechte
realiteit
bestond
voorbijgeziene zelfs
Als het in Psalm 24 2 en 3 heet :
Wie klimt den berg des Heeren op? Wie zal dien Godgewijdec top, Voor 't oog van Sions God, betreden? De man, die, rein van hart en hand, Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog
pleegt in zijn eeden.
symbolieke
op geestelijk gebied.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's