De gemeente gratie - pagina 603
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
599
LIJDEN EN SCHULD.
niet ontgaan kan.
Er
is
thans geen bijzondere Openbaring, er
over eenig volk meer, en elk middel ontbreekt ons,
cratie
is
om
geen Theohet juiste
verband tiisschen een bepaalde zonde en een bepaald lijden, aan te wijzen,
dan alleen voor zooverre zulk een lijden rechtstreeks uit een bepaalde zonde opkomt. Wie zich dronken drinkt, en in zijn dronken staat een ongeluk krijgt, die v^eet, ja, dat dit bepaalde ongeluk oorzakelijk met die bepaalde zonde van
zijn
dronkenschap samenhangt. Maar voor het overige
ontbreekt van Godswege
niemand onzer het
alle
bepaalde aanwijzing.
En
dientengevolge heeft
recht, hetzij bij anderen, hetzij bij zichzelven, zulk een
rechtstreeksch verband, in dit of dat bepaalde geval, te constateeren. Door Jezus'
uitspraken,
stellige
God
dat
zijn
zon doet opgaan over boozen en
om hun
goeden, en dat de verpletterden onder Siloams toren niet
zonde omkwamen, wordt
al zulk
grootere
pogen regelrecht weersproken en geoor-
deeld. Zij die in gesprekken, of in de predikatie, nochtans deze voorstelling, die
aan de bijzondere Openbaring van het Oude Testament ontleend
is,
zonder eenige beperking op onse toestanden overbrengen, mogen dan ook zelven toezien, hoe ze zich tegenover Jezus, wiens Goddelijk gezag toch
ook
zij
erkennen, verantwoorden.
Doch er is meer. Ook reeds onder het Oude Verbond was opgemerkt, hoe
er buiten deze
rechtstreeksche toerekening van schuld
in bijzondere gevallen,
andere stroom door het lijden
hiermede regelrecht
openlijk conflict
liep, die
kwam. Immers naar de
een gansch
in strijd
en in
theorie der rechtstreeksche toe-
rekening van het lijden als straf voor dit en dat bedreven kwaad, zou de v
uitkomst hebben moeten
naarmate
hij
vromer was, en
was, naarmate
komst
hij
dat iemand te minder lijden overkwam, dat,
goddeloozer van
leerde
niet,
zijn,
de
omgekeerd, iemand
God afweek. En
dit
te tegenspoediger
nu leerde de
uit-
uitkomst eer vaak andersom. Job was hier het
toonbeeld. Hij, allen in vroomheid overtreffend, en nochtans bitterder dan
één door het bangste lijden achtervolgd. In Psalm 37, in Psalm
73, in
Spreuken en Prediker, wordt er dan ook telkens op gewezen, hoe de
vrome knechten van Jehova
als
slachtschapen overgegeven worden, en hoe
de goddeloozen geen lijden en geen banden tot aan hun dood kennen.
juist
zien we thans nog. Zoo is de werkelijkheid. Een Christelijke moet voor afbraak verkocht, een bordeel wordt uitgebouwd. Een kerk moet uit schamele kale muren worden opgetrokken, een bierhuis of
En
ditzelfde
school
danshuis heft den trotschen gevel in arduinsteen voor aller oog omhoog. Juist zoöals Job het klaagt: Die
God
tergen hebben overvloed en in dien
overvloed verzekerdheden, of zooals Jesaja het uitroept:
Gods
fs
de
man van
smarten. Als
uit
succes segen
De vrome knecht dan zegent God
blijkt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's