De gemeente gratie - pagina 528
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET LIJDEN SOLIDAIR.
524
sprake
God
zijn.
heeft het uur van ons aller sterven bepaald,
en w^at
creatuur zou ooit door welk verzet ook, ééne elle tot de lengte zijns levens
kunnen toedoen? Jezus
heeft
zelf
geheel dezelfde vraag gesteld. Als
ons,
God
het
zij
ook
een burgemeester
politie,
met pestilentie dan kunnen
Hem
op het sterfbed te werpen, wat macht ter wereld zou
weerstaan? Een agent van
ander verband,
in
waarlijk bedoelt u
zelfs,
kunt ge des-
noods een oogenblik met den sterken arm weerstaan, omdat deze lieden
Maar wie zou tegen God zich feitelijk verzetten kumien, wie ook maar één oogenbhk staan kumien tegenover zwakke schepselen
zijn
zijn, gelijk gij zelf.
Almachtigheid? Alsof ge voor dien weerstand
beschikken kondt, dan die
God
zelf
u gaf en
toch nooit het eerste onzer Geloofsartikelen
den Almachtige" welke macht
,
:
ooit over eenige kracht
„Ik geloof in
is
God den Vader,
en laat het u toch gezeggen, dat dit het bestaan van
of kracht
ook ontkent,
macht
tenzij die
houde door Hem. Als God bedoelt u een slag toe werpen,
Vergeet
in u in stand houdt.
Hem
uit
zij
en stand
brengen of neer
te
die slag altoos zeker, beslist en volstrekt, en ligt ge voor
grond, eer zelfs de gedachte aan verzet
anders voor te stellen
is
te
den
u op kan komen. Zich dit
bij
ongeloof, is menschelijke, creatuurlijke gedachten
van den Oneindige koesteren.
Maar ook
afgezien hiervan,
is
er een geheel andere reden,
zulk een vergelijking niet m,oogt maken, en die reden
is
deze:
waarom ge De justitie
op aarde tast u persoonlijk aan ter oorzake van een bepaald berecht dat
feit zóó,
misdrijf, dat misdrijf
dat de zaak hiermede uit
wordt
is.
Stel,
bewezen, en
te zijnen laste
Na
celstraf,
dan
gaan
hebben, staat de eerst veroordeelde weer als
de
te
justitie,
is
deze schuld hiermede ook afgedaan.
en de
justitie
moet van hem
draagt de straf des lijdens, die
en straffen in
dit
God ons
en
iemand begaat een hij
krijgt drie jaar
zijn celstraf
vrij
afblijven.
feit,
onder-
burger tegenover
Dat karakter echter
toezendt, nooit. Al zijn oordeelen
leven dragen een geheel voorloopig karakter.
Na
het
dragen of voorbijgaan van die voorloopige straffen staat niet één mensch vrij
tegenover God. Gods beshssend oordeel komt eerst met den jongsten
dag, en nooit een
dan zijn straffen een eeuwig karakter zullen dragen, kan er ontkomen aan zijn straffende gerechtigheid zijn. Dit opgeschorte
wdjl
karakter van
alle
straf en
oordeel hier beneden,
gevolg van de gemeene gratie.
Ware geen gemeene
is
een rechtstreeksch
gratie ingetreden,
zou het oordeel en de straf in het Paradijs terstond finaal
en het Paradijs weggezonken
zijn in
de
en voor altoos met den eeuwigen dood
te
hel,
om
zijn
dan
ingegaan,
ons allen saam terstond
overstroomen. Dit echter
is
niet
Er had opschorting plaats. Maar die opscliorting heeft dan ook ten gevolge, dat noch de oordeelen Gods noch zijn straffen hier beneden
geschied.
een persoonlijk, afloopend, en finaal karakter dragen, maar wel het karakter moesten aannemen van voorweeën, of van profetieën van de eeuwige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's