De gemeente gratie - pagina 319
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TWEEËRLEI WIL.
315
in het huisje, en nu is het uw wil uiten, als ge dien evenaar nu eens even links en dan eens even rechts laat doorzwikken. Gij deedt
evenaar staat
het nu hnks, maar het kon ook naar rechts, en dat kondt ge elk oogenl)lik gij in uw macht. Aldus stellen ongetwijfeld ook nu nog velen zich „den wil des menschen" voor. Toch is deze voorstelling
zus of zóó. Dat hebt
geheel onhoudbaar. Neen de wil
een
is
vermogen
in ons, dat zich ont-
wikkelt, en dus op een gegeven oogenblik afhankelijk
leden dat er achter
ligt.
Ge merkt dat reeds
is
van heel het ver-
daaraan, dat de één sterke
wilskracht heeft, terwijl de ander schier willoos op en neer
hangt aan den aanleg van den persoon, dat hangt aan hangt aan
zijn
verleden.
De
een oefent
zijn
zijn
glijdt.
Dat
opvoeding, dat
wilskracht, de ander niet.
Daar komt bij, dat onze wil gedurig in aanraking komt met andere willen, ook met den wil van ons gezin, met den wil van de publieke opinie, met den wil van de wereld, en dat we niet als een eenling op ons eigen wielrad voortvhegen, maar met die andere willen tegelijk rollen onder éénzelfden wagen. Al
is
het dus dat ons herboren ik het aanvangspunt van onzen
wil omzet in betere richting,
hieruit
volgt nog volstrekt niet, dat deze
lijn van onzen wü zal van onzen wil ook geheel andere inde stoot die dan van ons herboren ik
stoot in betere richting zich aanstonds over heel de
voortplanten. Er trillen op die vloeden, en
maar
te dikwijls is
al
uitgaat veel te zwak,
om
die
aanzet van onzen wil, vlak die
lijn
bij
andere invloeden ons verborgen
aanzet kon niet doorwerken en
die uit het verleden
feitelijk
ik,
te
boven
te
was dan wel
komen. De goed,
maar
kregen die andere invloeden,
nawerken, nog de overhand, en het resultaat was,
hij aan den omtrek in het leven uitToen de Geuzen Den Briel innamen, was de eerste aanzet van hun wil onberispeUjk, maar toen die wdl tegenover de pastoors oversloeg in roekeloozen moord, was die wil schrikkelijk zondig
dat onze wil, die goed inzette, als
komt, vlak verkeerd
drijft.
En gelijke ervaring doen we nog dagelijks op. Ook wat den wil aangaat moet ge dus onderscheid maken, tusschen den
in het leven uitgekomen.
eersten stoot die richting waarin
op den wil van ons herboren ik uitgaat, en tusschen de die
wil drijft als
hij
onder gansch andere invloeden zich
uit in het werkelijk leven.
Paulus spreekt van een „vleeschelijk verkocht
Welnu, dat
is
het.
Tusschen ons herboren
wezen en tusschen de buitenwereld
ligt
zijn
ik in het
onder de zonde".
middelpunt van ons
ons „vleesch"
in,
zijnde vleesch
dan de naam voor geheel onze levensfeer zooals zij zich onder zinlijke invloeden van eigen en anderer zonden gevormd had. Onze daden zijn dan gevolgen en uitvloeisels van wilsuitingen, die wel uit ons ik opkomen,
maar
die
door die breede sfeer van het vleesch heen moeten,
buiten te komen, en die allerlei
bij
om
naar
dien doorgang allerlei beletsel ondervinden,
tegenwerking ondergaan, en dientengevolge heel anders
in het
leven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's