In Jezus ontslapen - pagina 186
170
„IN EEUWIGHEID VOLilAAKT".
Dat eindeloos streven naar een ideale Yolmaaktlieid die dan natuurlijk nooit bereikt wordt, en dat eindeloos al gelukkiger worden, zonder ooit liet volmaakte geluk te grijpen, vindt men dan een verrukkelijke gedachte. Het Excelsior ten liemel ingedragen, de Evolutie ook aan de ,
overzij
van
liet graf.
Toch zou
dit niet anders wezen, dan het leven in het Vaderhuis tot een verlengstuk van het leven op aarde maken. Regelrecht in tegenspraak met wat de Schrift openbaart, dat „al wat ten deele is" in het sterven ondergaat, en dat het in het eeuwige leven zijn zal: Kennen gelijk we gekend zijn, d. i. volkomenlijk. _In weerspraak eveneens met deze heerlijke vrucht van het lijden en sterven des Heereii, dat hij met ééne offerande allen die tot God gaan, in eeuwigheid volmaakt heeft.
Het eeuwige
ligt juist in dat niet meer veranderen. .Eeuwig leven dat niet meer wisselt. Het eeuwige staat tegenover het tijdelijlr. Eu wat is tijd anders dan de polsslag van het steeds veranderende. Uren. dagen, weken, maanden, jaren, altoos na den avond de morgen, na den dag de nacht. Maar dat juist bestaat in het Vaderhuis niet. zal het geeu nacht meer zijn." Dus ook geen morgen. „ Daar En zon en uiaaii zullen geen teekenen meer zijn, want God en het Lam zullen het eeuwige licht uitstralen, dat noch kentert noch verdonkerd wordt. Hier is het niet-blijven. gelijk men is, hoogste levensregel. Wie niet met elk jaar levens verder komt, en hooger klimt, heeft dat jaar verspeeld. De zeeman jaagt op de golven voort, om de haven, waarheen hij koers zette, te bereiken: maar nauwlijks is zijn lading ontscheept, of weer ontvlucht hij die haven om wind en baren op te zoeken. Eu zoo doen we allen. hunkeren naar afwisseling en verandering. Wat aldoor hetzelfde blijft, verstikt ons door zijn eentonigheid. Is niet heel ons leven een pelgrimsreize? Altoos voort en verder. Ons spoeden naar den mijlpaal, die zich in de verte aan ons oog ontdekt om, als hij even bereikt is. hem den rug toe te keeren, en te jagen naar den nieuwen mijlpaal, die dan komt. In den morgen dringen we naar den middag, om uit den middag ons naarden avond voort te spoeden, en dan in dien nacht over te gaan, die ons den nieuwen morgen moet brengen.
leveiV
We
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's