De gemeente gratie - pagina 286
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN DE HEILIGMAKING.
282
Zonderen we daarentegen zoo door en door valsche toestanden uit, en we een kerk, die ook maar eenigszins aan de merkteekenen
onderstellen
der ware kerk beantwoordt, zoodat Gods Verbond er heilig in wordt ge-
houden en de Tucht er geweldige breuke
in gaat over belijdenis
en leven, dan kan zulk een
gedoopte kinderen niet voorkomen. Tot een Christe-
bij
kerk kunnen niet anders dan Christelijke gezinnen behooren, en in
lijke
een Christelijk gezin kan geen gejammer en geklaag opgaan,
als
een kind
des huizes zich bekeert. Gelijk onder de engelen Gods, zoo zal er in een Christelijk gezin, zijn.
over zulk een bekeering veeleer gejuich en dankzegging
De bekeering
zal niet tot breuke,
maar omgekeerd
Evenmin
aaneensluiting leiden.
telijke
is
aan
te
tot
nauwere gees-
nemen, dat iemand
uit
een Christen gezin zich in een beroep of bedrijf zal bevinden, dat zondig
van aard
is,
en dat dus na de bekeering moet worden opgegeven. En het
eenige wat kan voorkomen, zich
huize,
is,
dat een jong man, die, hoewel uit Christen
dusver niet bekeerd had, zich
speelnooten had begeven, die nu, na en die
passen, is
hij
dan ook
verlaat.
in
een kring van vrienden en
bekeering, niet
zijn
meer
Wel kan het voorkomen,
bij
hem
dat iemand
opgegroeid in een Christengezin, dat onbezield was, dof van toon en
geestelijk mat, en dat zulk een pas bekeerde zich aan die geestelijk dofheid
van
zijn
gezin stoot;
nemen,
leiding
maar de wezenlijk bekeerde zal daaruit geen aanzijn gezin te breken, maar integendeel, om, onder
om met
de genade Gods, bezielend en verheffend op het hart der zijnen in te
werken. En wat wel voorkomt, dat zulk een pas bekeerde, zich dan van de zijnen als doffer en matter personen afwendt, sluitend
om
buitenshuis zich
aan geestelijk meer opgewekte personen aan
uit-
te sluiten, is stellig
bewijs dat zoo iemands bekeering niet in het rechte spoor
liep,
en de
banden die God gelegd had, onderschatte, arm aan alomvattende hefde was, en gevaar loopt, af te dwalen op paden van geestelijke hoovaardij. Onderstellen we daarom normale, gezonde kerkelijke toestanden, en een bekeering die zuiver loopt, dan zal geen breuke, dien naam waard voorheilige
komen, en iemand, ook na omgeving,
als
vroeger.
daarin bestaat, dat niet slaan op
zijn
hij
zijn
Want zich
huislijke
of
bekeering, blijven voortleven in dezelfde
men nu
al zegt,
van de wereld omgeving, zoo
tot Christus bekeert, dit hij
van der jeugd
goede en gezonde kerk behoorde. Dan toch zou diend moeten hebben, en dat
is in
dat zijn bekeering toch
zijn
af,
tot
kan een
gezin de wereld ge-
normale, goede kerkelijke verhoudingen
ondenkbaar. Het overgaan van zulk een, uit de wereld tot den Christus, bestaat dan ook niet in een uitwendigen overgang, door zichtbare breuke,
maar zijn
in
een bannen van de wereld uit
neigingen.
zijn
hart, zijn overleggingen en
Maar voor het overige moet het
in
een gezonde kerk zóó
toegaan, dat een ieder die zich bekeert, juist door die bekeering, tot
band met
zijn
kerk komt en meer
in
het leven van
zijn
nauwer
kerk ingroeit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's