De gemeente gratie - pagina 338
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET OPTREDEN DER GELOOVIGEN
334
DE WERELD.
IN
de wereld den Heiligen Geest niet
ziet en niet zien kan, dus ook niet zijn werkingen kan waardeeren. Dat kunnen alleen de geloovigen. Alleen wie zelf
den Heiligen Geest in zich draagt, heeft een oog, dat voor de dingen des is. De nog enkel natuurlijke mensch ziet niet de dingen
Geestes ontsloten
En van
die
des Geestes Gods
rijk
Gods behoort, sprak Jezus zoo
niet geboren
is
uit
zijn.
al
wat
engeren zin tot het Konink-
in
beslist mogelijk tot
Nicodemus: „Wie
water en Geest, kan het Koninkrijk Gods
zelfs niet
Behooren nu de geestelijke dingen, die rechtstreeks product van particuliere genade zijn, naar allen erkennen, tot het Koninkrijk Gods, zoo volgt hieruit rechtstreeks, dat met het laten schijnen van ons licht voor zien."
de wereld, zóó dat de wereld het zien kan, niet kan bedoeld geestelijk
leven in het
kunnen, en zullen
zij,
omdat
zij
het in u zien.
lijken,
dan moet hier sprake
die
binnen hun bereik vallen,
zij
zijn
God
in
den hemel verheer-
kunnen, dat
ze,
met de hun ten dienste
staande onderscheidingsgave, ze als goed, als lofwaardig en als
keuren kunne. Bedoeld moeten hier alzoo
maar uitingen in
ieders bereik
vallen,
het
van dingen die onder hun bereik vallen, die zij binnen hun gezichteinder kunnen
krijgen, en die ze zóó beoordeelen
roerselen,
zijn
Koninkrijk Gods. Zullen de menschen het zien
het
en die ook
prijslijk
niet mystieke geestelijke
zijn,
gewone menschelyke
leven,
aan ongeloovige menschen
tot
die
onder
op zekere
hoogte waardeering kunnen afdwingen.
Doch uit
is dit zoo,
dan gevoelt men ook, wat geheel ander standpunt hierGe wordt dan
voor de zelfreiniging van de geloovigen geboren wordt.
de wereld naar uw bidcel geuw God dit werk aan uzelven te volbrengen, maar ge wordt dan juist uit uw bidcel uitgedreven in de wereld, om midden in die wereld, als een getuige voor uw God te staan. Zeker ook als een getuige met uw woord. Belijden toch is altoos plicht. Maar
met den dreven,
eisch
om
dier zelfreiniging niet
toch van die belijdenis handelen „getuige
uw
uit
alzoo in het verborgene voor
zijn"
we nu
hier niet.
op heel de verschijning van
optreden, op gansch
uw
uw
En
hier doelt alzoo dat
persoon, op de wijze van
handel en wandel. Die handel en wandel, dat
persoonlijk optreden, die verschijning in het
midden van andere menschen
moet een aanbeveling zijn, niet van uzelven, maar een aanbeveling te midden dier wereld van den God, dien ge belijdt. De wereld staat tegen dien God gekant. Maar u ziende, gelijk ge in de wereld optreedt, en gelijk ge u aangenaam maakt bij de consciëntiën der menschen, kan ze de erkentenis dan niet terughouden, dat die God toch aangename, eerlijke, flinke mannen en vrouwen in zijn dienst heeft. En gelijk men een veldheer, al is onze vijand, toch eeren zal, zoo hij blijkt uit te komen met een leger
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's