De gemeente gratie - pagina 366
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN GODS VOORZIENIG BESTEL.
362
het Scheppingsleven beweegt. Naar dit Scheppingsleven in het plantenrijk
en dierenrijk wordt de schare teruggewezen. Er wordt aan dat leven van en dierenrijk een heerlijke poëzie ontlokt. In dat bezielde na-
plantenrijk
tuurleven wordt ons de analogie met ons menschelijk leven getoond, en
we
daaruit wordt afgeleid, dat
natuurleven met een onze Heiland in gaat.
Want wel
waarmee
In verband
zullen overgeven.
beangstheid voor de dingen in ons
alle
en gerust gemoed aan onzen Vader
stil
er hier ook
in
de hemelen
op gewezen
zij,
dat
zoo rijke gelijkenissen gemeenlijk evenzoo te werk
zijn
men de
heeft
geestelijke teekeningen
te
in
gelijkenissen onnatuurlijk gemaakt, door er
willen zien,
en
alle
deelen der schildering
maar dit geschiedde ten onrechte. Een onrecht waarvoor men gestraft werd met de pijnlijke onmogelijkheid, om b, V. dat „prijzen" van den onrechtvaardige!! rentmeester, te kunnen ver-
geestelijk
klaren. d.
w.
z.
te
willen overbrengen,
Vat men daarentegen deze gelijkenissen op als
gelijk
het behoort,
tooneelen uit het leven, die Jezus uit het leven nam, en een-
voudig toekende zooals die tafereelen met hun zonden in het werkelijk leven voorkomen, dan blijkt ook in die geUjkenissen, hoe onze Heiland de diepste mysteriën ons verklaart,
door juist op het scheppingsleven, door
op het leven der natuur, door op het alledaagsche leven onder de kinderen der menschen, kort gezegd door op de beide levensterreinen van de alge-
Een akker, onkruid, mosterdzaad, zuurdeeg, enz. zijn altegader gansch gewone verschijnselen in het natuurleven. Een kind dat den slechten weg opgaat, terwijl zijn broeder braaf en thuis blijft, werklieden op den akker en geschillen over hun loon, het verpachten van een wijngaard en moeilijkheden bij de inning der pacht, en zooveel meer zijn niets dan gewone voorvallen uit het menschelijk leven. En op zulke voorvallen nu wijst ons de Christus, niet een enkel maal, maar telkens meene genade terug
en aanhoudend,
om
te gaan.
ons juist
daardoor tot de kennisse van de diepe
mysteriën des Koninkrijks op te leiden. Het Koninkrijk, zoo wil Jezus in zijn
gelijkenissen zeggen,
Het Koninkrijk hgt particuliere
als
is
vreemd bij deze wereld bijkomt. gewone leven. Het rijk der het rijk der gemeene gratie. Er be-
niet iets dat
afgespiegeld in het
genade vindt
zijn
beeld in
staat tusschen beide een zekere gelijkheid, en op die gelijkheid rust alle gelijkenis,
waarin de Heere ons de mysteriën des Koninkrijks ontvouwt.
het tafereelen uit de natuur geldt,
is dit
de regel. Zóó
is
Waar
de natuur volgens
God die deze ordonnantiën alzoo bestelde, is God die u tot zijn Koninkrijk roept. En treedt in de gelijkenissen de mensch, met zijn leven, en zijn doen, en de uitingen van zijn hart op, dan de ordonnantiën Gods, en die dezelfde
is
de regel, in gewijzigden
waar. Die mensch
is
zin,
aldus
:
Zulke trekken neemt ge in den mensch
naar Gods beeld geschapen. Ken dan
zoo dikwijls het nog heerlijk uitkomt,
Hem, wiens
uit
het beeld Gods,
beeld de mensch draagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's