De gemeente gratie - pagina 155
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
151
JEZUS' LEVENSOMGEVING.
De
beeldspraak, die aan de natuur ontleend wordt,
niet toevallig.
is
Integendeel, als Jezus die beeldspraak gemist had, als er de stoffe niet
om
voor bestaan had, en onze Heiland alzoo genoodzaakt ware geweest, de waarheid Gods
afgetrokken begrippen
louter
in
en zou wat
niet de lielfte ervan ons zijn aangezegd,
er
bij
helfte
de jongeren, zijn
bij
de schare, en
kringen nog van het Evangelie bleef, dan
beeldspreukig
gezegde,
ons nog aanzeide,
hij
de afgedoolde
in
zelfs
het een gelijkenis of een
is
een dier roerende
of
zou
te deelen,
de navolgende geslachten niet ter
bij
nu nog vraagt, wat
ingegaan. Als ge
mede
verwijzingen
als
naar de
vogelen des hemels of de leliën des velds. Denkt ge dan ook, dat niets van dat alles Jezus ter beschikking had gestaan, en dat
had in begrippentaal,
gelijk
Johannes
hij
steeds gesproken
den aanhef van
in
zijn
Evangehe,
zoo zou de prediking van het Koninkrijk der hemelen aanstonds gestuit zijn,
slechts door zeer enkelen voor een klein deel in zich zijn
en nimmer
zijn
weg gevonden hebben
van begrippen wars, alleen
in
opgenomen,
duizendmaal duizenden,
tot die
die,
de voorstelling leven.
En ook dit nu is weer allerminst toevalhg, maar hangt rechtstreeks samen met de scheppingsordinantie Gods. Heel de natuur is symbolisch. D. w. z. heel de natuur draagt een zinnebeeld van het geestelijke. Er zijn twee levens: een
geestelijk onzichtbaar, en
dat leven van natuur en geest schiep
God
een in
zinlijk zichtbaar
leven; en
onderHng verband. Het ééne
draagt de beeltenis van het andere. Het geestelijke spiegelt zich in het natuurlijke, gelijk
het geboomte aan den oever zich spiegelt in het rustig
onbewogen watervlak. Of, dieper nog opgevat: God schiep de natuur, niet opdat er vrucht en bloem zou zijn, maar om in die natuur zijn eigen wijsheid en almachtigheid te openbaren. In de natuur schijnen de deugden onzes Gods door, niet toevallig, maar omdat Hij ze er in uitstraalt. Het zinnen Gods in het rijk der natuur zinspeelt op het zinnen Gods in het geestelijk Koninkrijk.
En waar
wij
menschen,
als
naar
ziel
en lichaam bestaande,
zoowel aan het onzichtbare als aan het zichtbare leven deel hebben,
natuur er op aangelegd, telijke
te
er op geschapen
geven. Tot in onze menschelijke taal gaat dat door.
over onze lippen komen, behooren tot het ten,
is
de
om ons het geestelijke te verklaren, en het geesom het rijk der natuur voor ons zijn beduidenis
gewaarwordingen en gevoelens
die
rijk
we
in
De klanken
die
der natuur, maar de gedachdeze klanken voor anderen
vertolken, zijn onzienlijk en onzichtbaar van aard.
Hieruit volgt, dat het Koninkrijk
de taal der natuur voor
zijn
Mattheüs opmerkt, dat Jezus
Gods
in onze zondige
wereld inkomende
openbaring niet missen kan. Gelijk de apostel in zijn gelijkenissen
geopenbaarde dingen die
verborgen waren van vóór de grondlegging der wereld, zoo lag metterdaad
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's