De gemeente gratie - pagina 434
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
430
van Veluwe en Betuwe herinnert ons zelfs in den naam aan twee zeer onderscheiden bedeehngen van landstreek, die van zoo onmetelijk gevolg voor heel de existentie van den mensch die er in woont. Maar veel
zijn
sterker nog wordt die indruk als ge uit de Schrift de gedurige verwijzing
naar de beteekenis van de woestijn en de wildernis opneemt, en u indenkt in die onafzienbare streken
op dezen aardbol, waar,
zij
het ook op heel andere
wijze dan in de poolstreek, toch soortgelijk beeld van den dood rondwaart;
En voegt ge
hier veeleer door overmacht dan door gemis aan zonnegloed.
nu
hier als
hoe de Schrift ons gedurig op de almachtigheid Gods
bij,
om
machtig
woestijn te doen bloeien als een roos, doch ook omgekeerd
om
„het vrucht-
baar land in zouten grond en de watertochten tot een dorstig land zetten",
wijst,
de wildernis in vruchtbaar land te herscheppen en de
om
te
dan doorziet ge terstond, hoe we welterdege ook met deze zeer
onderscheiden bedeelingen in de verschillende streken van onzen aardbol te
rekenen hebben,
den vloek
feller
als
volken, die in gematigde luchtstreek
kunnen dan ook bestel en
God de werking van Met name die en op vruchtbaren bodem mogen leven,
een der middelen, waardoor
doet uitgaan of tempert in gemeene gratie.
niet
genoeg de gemeene gratie roemen, die naar Goddelijk
Goddelijke inwerking hun levenssnoer in zoo
heeft doen vallen.
Op de
waarom het ééne
vraag,
plaatsen
liefelijke
volk hierin zooveel meer
dan het andere, geeft noch de historie noch zelfs het Woord uitsluitsel. Ook hier kunnen we niet anders rusten dan in de uitverkiezing Gods. Het was zijn welbehagen het alzoo te verordenen, gelijk Paulus dit
begunstigd
te is
is
Athene op den Areopagus zoo klaar geleerd en
blijft
heeft,
en
dit
welbehagen
vrijmachtig. „Hij heeft uit éénen bloede het gansche menschelijk
om op den geheelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de bepalingen hunner woning" (Hand. 17 26). Als de Eskimo zijn somber bestaan te midden van koude en ontbering en allerlei gevaren geslacht gemaakt,
:
voortsleept,
en daartegenover
in
de West-Europeesche landen zoo rijke
genieting van levensgeluk ons gegund wordt,
is
hiervoor geen andere ver-
klaring dan het vrijmachtig bestel des Heeren. Hij doet alzoo en Hij ant-
woordt niet van
leem
in zijn hand.
zijn
daden. Hij
Maar hiervan
blijft
onze „pottebakker", en wij
afgezien
is
zijn als
het dan toch duidelijk, hoe ook
deze onderscheidene bedeelingen ons ten duidelijkste een meer of minder krachtige werking van de gemeene gratie doen
van den vloek door meer warmte van leven, en
uitkomen, zijn
om
de koude
verderf door hooger
gelukstaat te temperen.
In de derde plaats komt nu, naast deze algemeene invloeden, en behalve
deze onderscheidene bedeelingen, nog een derde soort inwerking in aanmerking, die samenhangt met
allerlei bijzondere natuurverschijnselen.
Denk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's