De gemeente gratie - pagina 264
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VOLKSKERK.
260
hun gezelschap buiten het leven der menschheid
maar
eigenlijk
uitstaande
met het leven dat Sekte
heeft.
is
blijft,
hier op aarde geleefd wordt, niets
meer
bij
zulk een kring dan eerst, als ze ophoudt in
Jezus te belijden den Zoon des menschen. dat het juist deze sekten
valt,
plaatsen, en zichzelven
vergissing nog op aarde
aanzien voor een heilig kringetje, dat
En daar nu
niet te
die het stelligst tegen de Volkskerk,
zijn,
idee en als verschijnsel, in verzet zijn gekomen, heeft de Volkskerk
als
er geen geringe kracht aan ontleend, dat ze gedurig de keuze Blijft is
ontkennen
bij
kon
Ook
want, zoo ge mij verwerpt, wordt ge sekte.
mij,
mannen der Volkskerk het
sinds 1834 en 1886 gedurig door de
stellen:
ten onzent verwijt
tegen ons geslingerd, dat wij niet anders bedoelen, dan op de manier der Labadisten, een sektarischen kring van enkel heiligen te vormen, en toen
de Haagsche Synode in 1886 Dr. Kuyper veroordeelde en uitwierp, hoofdverwijt ook tegen
hem
ontleend aan een zinsnede van
waarin voor het kleine Kuddeke
maar onder vervalsching van
is
het
zijn Confldetie,
het midden der wereld gepleit werd,
in
dit zijn
denkbeeld, als had
hij
geijverd voor
sektarisme.
Al moet dus de
strijd
tegen de Volkskerk onder zeer ongunstige om-
mag van
standigheden gevoerd worden, toch
Zoolang echter die
strijd alleen
van geestelijke
men
Want wel
het volkomen
daarbij zwak.
gadering der geloovigen"
is,
is
en dat
er,
dien strijd niet afgelaten. zijde juist,
gevoerd wordt, staat dat de kerk „de ver-
hoe rekbaar
dit
woord ook
ge-
nomen worde, voor de owgeloovigen of me^geloovigen in dezen kring geen plaats is, maar de belijdenis van het Verbond, die weer verband houdt met den organischen samenhang der geslachten, veroorzaakt hier tastbare moeilijkheid.
men
Stelt
zich
Pelagiaansch aan, en
aan de individueele personen houdend, dat verklaart en
belijdt
dan
wel het middel geboden,
hierin
is
persoonlijk in
stelt
men, zich enkel
de kerk alleen hoort, wie
Christus als zijn Heiland te gelooven,
om
uit te
kerk behooren, maar dan komt
niet tot de
in
maken, wie wel en wie
men ook
aanstonds met het
Verbond, met den samenhang der geslachten, en dus ook met den Kinder-
doop
in
tuigd,
conflict.
1.
Is
men
daarentegen, op grond der Heilige Schrift over-
dat de Verbondsgedachte niet
mag worden
prijsgegeven, 2". dat
de samenhang tusschen de geloovigen en hun zaad' een heilig organische verbintenis
is,
tengevolge
een
uitgaat, te zijn.
dan
die
moet geëerbiedyg-d worden, en
blijkt dit individualistisch
En evenzoo
Schrift de
stiptelijk
8.
dat dien-
kerk met enkel bejaardendoop van een valsch beginsel
stuit
men dan op
standpunt te eenenmale onhoudbaar het bezwaar, dat volgens de Heilige
kerk ook een beteekenis voor de wereld heeft, voor de ont-
wikkeling van haar menschelijk leven, voor haar burgermaatschappij, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's