In Jezus ontslapen - pagina 84
XIII.
„Ontbonben
te
morben".
Want ik word van deze twee ged rongen, hebbende be geert e om ontbonden te worden en met Christus te zi n want dat is zeer ,
;
verre het beste.
Philipj). 1
:
23.
Van
ontbiudiug sprekeu we in tweeërlei ziii bij het ée'ue De ziel wordt bij den dood oatbondeii nit bet lichaam, het lichaam zelf gaat tengevolge van het sterven over tot
sterven.
en
onthinding.
Hierin ligt uitgesproken dat vóór het sterven d. i. in de kracht van ons leven, de ziel het lichaam bindt en het lichaam de ziel. Twee banden alzoo, die dan losgaan door den dood. En zoo wordt de ziel ontbonden van den band des liehaams, en het lichaam ontbonden van den band der ziel. Bij het leven was er over en weer een elkaar binden: door het sterven is er wederzijdsche ontbinding. Nu is de ontbinding, die het lichaam vrijmaakt, omdat ze in het stoffelijl-e plaats grijpt, het lichtst te verstaan. Ons lichaam bestaat uit stof, en in die stof van ons lichaam werken evenals in alle andere stof zekere krachten. In die stoffen zijn scheikundige werkingen: er zijn plantaardige, er zijn dierlijke verschijnselen in. En die verschillende krachten en werkingen, gevoegd bij de invloeden van buiten, komen er van zelf toe, om het lichaam uit elkaar te werken, en op te lossen in zijn bestanddeelen. Zoolang nu de meusch leeft, gelukt dit niet, omdat in den levenden mensch de ziel alle deze krachten en werkingen in ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's