De gemeente gratie - pagina 100
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
DE GEMEENE GRATIE EN DE PRAEDESTINATIE.
96
nemen
als
de verkiezing uit gevallen zondaars; en omgekeerd moest wel
een ieder die de zaak van Gods sijde indacht, met Gomarus
in
een raads-
genomen vóór de grondlegging der wereld, de verkiezing verstaan
besluit,
óók de scheppingsordinantie beheerschende. Al de twist die tusschen
als
partijen over dit stuk getv^st
verder gebracht,
om
heeft de kerk dan ook geen schrede
is,
de eenvoudige reden, dat beide partijen uitgingen van
een tegenovergesteld standpunt.
De een stond
vierkant op den vlakken
grond omlaag; de ander bezag het geschil van den top der bergen, en
daarom konden
elkander niet verstaan. Het
ze
rijmd te zeggen, dat een theoloog van onzen of
om
ook
Dit
zich
als
tijd
eeuw een geheel anderen vorm
daarom ook zoo onge-
„bovenvaldrijver" zou
„benedenvaldrijver" tegenover
eenvoudig daarom zoo ondenkbaar, omdat
is
in onze
is
hem
zijn
te willen stellen.
dit diepzinnig
heeft aangenomen.
vraagstuk
Zij die
hier te
weer stelden, als hernieuwde hij, op dit punt, den gedachtengang van Gomarus, toonden dan ook noch den stand der quaestie, noch de strekking van zijn schrijven begrepen te hebben. Immers die strekking was nooit een andere, dan om aan te toonen, dat zich vergist, wie waant, dat Walaeus de khp waarop men hier dreigde te stooten, ontzeild had; en dat omgekeerd in Gomarus' stelsel als met den vinger op een zeer ernstig belang werd gewezen, dat niet mocht verwaarloosd worden. En dat belang school juist hierin, dat het verband tusschen de praedestinatie en het scheppingsbesluit niet mocht worden miskend. Om uit het vele dat hier in aanmerking komt, slechts twee punten te noemen, wijze men er in de eerste plaats op, dat de verbondsbelofte van „H en uwen zade" niet toelaat „de scheppingsordinantie van de geboorte lande, en zelfs in Amerika, tegen schrijver dezes zich te
der kinderen" natie
bij
de uitverkiezing uit het oog te verliezen.
toch eischt dat ook bepaald
zij,
uit
De
praedesti-
wat vader en wat moeder, en
wat omgeving, de verkorene het levenslicht zal zien, gelijk God tot Jeremia sprak: „Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend," hfdst. 1 5. Staat nu de geboorte van elk onzer in verband met het scheppingswerk, en met de ordinantiën die dit beheerschen en in stand houden, dan spreekt het toch immers vanzelf, dat het scheppingsbesluit en het verin
:
kiezingsbesluit niet te scheiden
zijn.
Dit vooreerst, en in de tweede plaats,
aUe menschen zijn gelijk. Er zijn soorten van menschen, er zijn typen van verschillenden aard, menschen van onderscheidenen aanleg, van zeer uiteenloopende talenten, reeds naar de temperamenten zijn ze ingedeeld.
niet
Nu
het natuurlijk voor de eeuwige heerlijkheid volstrekt niet onver-
is
scliiUig,
of
dering zal
de vergadering der volmaakte rechtvaardigen een saamvergazijn,
waarin
alle
deze schakeeringen en soorten van talenten
en temperamenten haar plaats vinden, leven,
dat
God
schiep,
luisterlijk
te
om saam
het volle rijke menschen-
doen schitteren,
of wel, dat ze alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's