De gemeente gratie - pagina 156
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
JEZUS' LEVENSOMGEVING.
152
de natuur van Godswege de afspiegeling gegeven van de dingen die in het Koninkrijk der hemelen ons toekomen zouden. Ware nu de vernieling van in
den vloek doorgegaan, en ware deze taal der natuur voor ons uitgewischt, of althans dit letterschritt der natuur geheel met doornen en distels overgeworden,
groeid
zou het middel
zoo
Koninkrijk der hemelen te openbaren.
Jezus
die
ontbroken hebben,
En ook
al
stelde
om
ons het
men, dat toch
sprake der natuur had kunnen kennen, wat zou het gebaat
hadden verstaan? Hij zou dan gesproken, maar wij hem niet begrepen hebben? Zou derhalve Jezus in staat zijn in de taal der natuur ons de dingen van het Koninkrijk Gods te openbaren, dan was het voor hem onmisbaar, 1". dat de natuur in haar vernieling gestuit werd, zoodat ze het geestelijke nog afspiegelen kon; 2". dat Jezus de natuur leerde kennen in een land, waar ze haar eigen hebben, indien
wij,
menschen, die
taal niet
nog duidelijk genoeg sprak; en 3. dat de schare die hem hoorde, aan die zelfde natuurtaai gewend was. Welnu, zoo greep het dan ook werkelijk plaats. De „gemeene gratie" heeft in het algemeen het ondergaan der taal
natuur in één veld van doornen en distels tegengehouden. Vernieling is er. Sommige streken des aardrijks zijn zelfs gansch verwilderd. Maar toch biedt het aardrijk nog steeds een zeer breeden zoom, die het natuurleven tot rijke ontwikkeling brengt.
Die natuurontwikkeling in
het Noorden. De koude
is in
drijft
het Oosten veel rijker en weelderiger dan
naar huis, zomerkoelte naar buiten. Vandaar
dat in het Oosten veel meer in de natuur geleefd wordt, terwijl de bewoners
van Groenland taal
zich
ternauwernood even buiten wagen. Daarom kan de
der natuur in het Oosten zooveel beter dan in het Noorden geleerd
worden. Het vele leven
in
de open lucht maakt voor het verstaan van de
men in het Oosten spreekt. Van jongs af wordt het kind er aan gewend. Men drinkt er het natuurleven met een diepte in, die ons vreemd is. En het is daarom buiten kijf, dat men juist in het Oosten zijn moet, om er den taal der natuur ontvankelijk en vatbaar. Dat kleurt heel de taal die
pracht van den sterrenhemel en de weelde der natuur ten volle in zich op te nemen. Welnu, dienovereenkomstig ziet ge dan ook, dat Jezus optreedt, of Noorwegen, veelmin nog onder de Eskimo's of in Siberië, een Oostersch land met een natuur vol Oostersche weelde. Meer nog, heel de voorafgaande openbaring, die Jezus' komst voorbereidde, en de geestelijke taal reeds formeerde eer hij optrad, was van meet af in het
niet in
maar
Zweden
in
Oosten saamgetrokken. En de lange
lijn,
die
van het Paradijs
tot
op de
kribbe van Bethlehem loopt, verlaat geen oogenblik de Oostersche wereld.
Toch
is
ook
in die
Oostersche wereld nog onderscheid. Onder de keer-
kringen, en zoo ook in onze Oost-Indische koloniën,
is
het leven der natuur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's