De gemeente gratie - pagina 150
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
JEZUS' TOENEMING.
146
dienstknechts heeft aangenomen. Reeds onder menschen komt het voor, dat er in ons een rijke kennis schuilt, en dat of door
oogenblik,
we
toch op een gegeven
bijzondere onstandigheden, de beschikking over deze
Denkt ge u een man van rijke gedachten, veelomvattende ongemeene wilskracht in den slaap, dan is natuurlijk in dien slaap zijn kennis niet weg, en zijn gedachtenwereld nog in hem, en zijn wilskracht nog in hem schuilende, maar zooals hij daar in den slaap nederligt, komt het niet uit en treedt het niet naar buiten. Zelfs komt het voor, dat in langdurige, ernstige, heel het wezen aangrijpende ziekte, de kennis missen.
geestesontvs^ikkeling en
organen
geestelijke
tijdelijk
worden, dat straks de recon-
zóó werkeloos
valescent eerst van lieverlede weer in zijn eigen herinnering terugkeert
en weer ingroeit strijdigs
in,
om
in
lag, al
volheid in
hem aanwezig
zelfs
in
zijn
ligt
dus niets tegen-
deze volmaakte Goddelijke kennis en Goddelijke machts-
de kribbe
ja
eigen gedachtenwereld. Er
zijn
eenerzijds te belijden, dat ook toen het kindeke Jezus in
was, en dat toch dit alles wegschool, niet uitkwam,
voltooide menschelijke natuur nooit anders dan zeer ten
deele uitkomen kon.
Finitum non capax
nooit het oneindige bevatten,
is
infiniti, d.
de beslissende
i.
:
Het eindige kan waaraan onze
stelregel,
vaderen steeds vasthielden, en deswege mag het nimmer voorgesteld alsof de menschelijke natuur van Jezus, die eindig was,
ooit
Godheid heeft kunnen openbaren. Het
was
zuivere licht
oneindige
zijn
in Jezus,
maar
het kon door het prisma zijner menschelijke natuur nooit verder uitstralen,
dan voor zoover die menschelijke natuur het het prisma
zijn
doorliet,
en in den
tirjt
dien
menschelijke natuur er aan gaf.
Staat het nu vast, dat onze menschelijke natuur een proces van groei
en ontwikkeling doorloopt, en niet anders dan door dien groei en die ontwikkeling haar volle afmetingen kan bereiken, zoo volgt hieruit,
om zich
.dat Jezus,
inderdaad en in der waarheid onzer één, Zoon des menschen, te in
gehoorzaamheid aan den Vader, en
uit hefde voor
zijn,
Gods wereld,
aan dien groei en aan die ontwikkeling moest onderwerpen. Dit is niet alzoo uit onmacht geschied, maar juist uit de machtsvolheid der Goddelijke
Het zoo straks gebezigde beeld van den slapenden wüjsgeer gaat bij derde van vergehjking door, want in den slaap is de denker lijdelijk, en de Zone Gods was én in zijn vleeschwording, én in
liefde.
hier dan ook alleen
zijn
menschelijke ontwikkeling
zelf in
dezen toestand
in.
actief.
Hij
wilde het zelf aldus. Hij ging
Het overkwam hem
niet,
maar
hij
zocht het
aldus. Hij zocht het vleesch en bloed der kinderkens. Hij zocht onze
men-
met de door God voor die natuur gestelde perken zocht dit alles omdat hij Gods uitverkorenen zocht.
schelijke natuur, en dus
en ordinantiën.
En
hij
Het was een nederdalen openbaren.
tot
ons,
om
in
ons de glorie
zijns
Vaders
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's