De gemeente gratie - pagina 362
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;;
;
;
:
DE GEMEENE GRATIE EN GODS VOORZIENIG BESTEL.
358
tegen deze eenzijdigheid door geheel de Schrift achter elkander
men nog
te prediken, en ook nu nog helpt de Catechismnsprediking een weinig,
maar
mag
regel
als
gezegd, dat
men
thans in de kerk veelal den indruk
ontvangt, alsof de ontsluiting van het heilig
een Schrift, die zoogoed als uitsluitend
Woord de
ware van de dingen des saligmakenden ontsluiting
geloofs behandelde.
Toch
is
dit niet zoo,
bewustzijn beginnen,
en het
is
niet overbodig, dit iets klaarder tot het
om
brengen, eer ons betoog verder gaat. Sla,
te
hiermede
te
Psalm 148 op, en wat leest ge daar
b. v.
Hallelüjab. Looft den
Heebe
hemelen
uit de
looft
;
Hem
in de
hoogste
plaatsen
Looft Hem,
alle zijne
engelen; looft
Hem,
Looft Hem, zon en maan; looft Hem, alle Looft Hem, gij hemelen der hemelen; en
hemelen
alle zijne heirscharen;
lichtende sterren;
gij gij
wateren, die boven de
zijt.
Dat zij den naam des Hebeen loven: want werden zij geschapen
Hij het beval, zoo
als
Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid;
En
Hy
heeft
hun
eene orde gegeven, die geen van hen zal overtreden. Looft den Heere, van de aarde; gij walvisschen en alle afgronden; Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die zijn woord doet; Gij
bergen en
alle
heuvelen; vruchtboomen en
Het wild gedierte en
alle
cederboomen;
alle
vee; kruipend gedierte en gevleugeld ge-
gevogelte Gij
koningen der aarde, en
volken
alle
gij
;
vorsten, en alle rechters
der aarde Jongelingen, en ook maagden;
gij
ouden met de jongen.
den naam des Heeren loven; want zijn naam alleen is hoog verheven zijne majesteit is over de aarde en den hemel. En Hij heeft den hoorn zijns volks verhoogd, den roem aller zijner
Dat
zij
;
gunstgenooten,
der
kindereu
Israëls,
des
volks,
dat
nabij
Hem
is.
Hallelüjab.
Nu komt ter
sprake,
zeer zeker in
met het slotwoord de
haar verband met Israël,
particuliere
gelijk
genade ook hier
bovendien het gebruik van
den Verbondsnaam Heere genoegzaam aanduidt, dat het werk der particuliere genade niet uit het oog wordt verloren. Maar voor het overige ziet ge dan toch in dit majestueuse lied, hoe het zich geheel op het terrein der natuur beweegt, en niet van een Middelaar, en niet van de Wedergeboorte,
en niet van de Uitverkiezing handelt, maar forsch en krachtig in het rijk der Schepping beschrijft, en dat niet als
de groote daden Gods
een herinnering aan het verleden, maar als teekening van het rijk gebied, van waar dag bij dag Gode eere en heerlijkheid moeten toekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's