In Jezus ontslapen - pagina 127
,,,
115
En
moet maken." dien
naam
doet
dien
naam noemt
naam
dien
,
prijst
hij
glorie weerklinken, niet uit zich zelf, maar als en voor zooveel God zich in zich aan hem openbaart. God straalt het licht van zijn wezen in en voor ons uit; en als die lichtstraal in ons breekt, komen de tinten, gloeien de kleuren en als wij dit spellen en lovend uitspreken weerklinkt de naam des Heeren in zijn schepping. Uit Hem, maar in en door ons tot een iiaain geworden. Zoo schrijft God door zijn openbaring zijn afschijnsel in zijn schepping; maar eerst in de uitdrukking van ons creatuurlijk wezen wordt dit afschijnsel tot een naam. Dies jubelt David in psalm 8 „ o Heere onze Heere hoe heerlijk is uw Naam op de gansche aarde". Ook dus op het onbewoonde eiland. Maar eerst als op dat eiland een mensch die God kent, voet aan wal zet, komt die Naam des Heeren er tot uitdrukking. Zoo is dan Gods naam nu reeds in zijn heiligen. In hun hart, in hun bewustzijn, in hun gebed, in hun zelfofferande in hun heimwee naar het vaderland daarboven; maar in dit hij
in
zijn
,
,
,
:
alles
trekt voor.
Naam
,
,
nog gebrekkig, van klank onzuiver en onvolkomen. Er uit
den zondigen wasem van ons hart altoos een nevel
En
ook,
al
is
het dat
wegzinken, ons wezen
dan dat het dien heiligen
Een
,
we geestelijk volzalig zelf verbergt dien
Naam
in dien veeleer,
Naam
zou uitdrukken. zon, heerlijk het blauw
straalt, bij het licht der
saffier
des hemels naar den hemel terug als hij geslepen is. Maar eer en anders niet. De nog ongesiepen saffier schittert niet, maar verbergt het blauw des hemels in zijn zwevende dofheid. ,
Doch eens komt ook voor ons de
staat der heerlijkheid, als
wanneer de volheid van de uitstralende genade, die ons werd ingedrukt, ook in volkomen zuiverheid door ons zal worden uitgedrukt. Dat wacht op onze tweede incarnatie, op ouze nieuwe incorporatie, als de afgescheiden en lichaamlooze ziel haar lichaam terug erlangt. Niet de rups die in het graf ging maar de vlinder met zijn pracht van kleuren en lijnen. Als onze dooden en wij eens er uit zullen zien, zooals Jezus er nu reeds uitziet, en ,
,
hem aanschouwde op Pathmos. ook bij ons allen, wat in ons is, tot uitdrukking uitkomen. Tot uitdrukking in ons oog, tot uitdrukking in onze gelaatstrekken tot uitdrukking in geheel onze zuivere en hemelsch-reine schoone verschijning. Dan zullen we niet, gelijk nu, soms wezenloos, en dan weer zooals Johannes
En dan
zal
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's