De gemeente gratie - pagina 116
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
VERBAND VAN PRAEDESTINATIE EN SCHEPPING.
112
dagen van Noach,
in de
eenmaal verwachtte waarin weinige (dat
is
zielen
acht)
als
de arke toebereid werd
behouden werden door het water;
waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die eene vraag
die is
eene eener
goede consciëntie tot God, door de opstanding van Jezus Christus," 1 Petr. 3 20, 21. In zulk een uitspraak ziet nu de oppervlakkige lezer niets dan :
een aanhaling, maar wie de Schrift doorgrondt, leert en weet meer. Het is de aanduiding van de overeenkomst tusschen hetgeen toen geschied is,
en nu geschiedt. Toen
maar
:
al
de overigen afgescheiden, afgesneden en vergaan,
ons geslacht in de arke gered.
En
zoo ook nu: de lieden der booze
maar de lieden der goede
consciëntie vergaan,
consciëntie heiiouden door
water des doops. Niet door de kracht van
het
kracht der opstanding van
Christus,
want
dit water,
juist
die
in
maar door de
opstanding van
de opstanding, de herschepping der menschheid, in beginsel
Christus
is
gegeven.
En daarom
volgt
er
van Christus
„Welke
in vs. 22:
is
aan de
rechterhand Gods, opgevaren ten hemel, de engelen, en machten, en krachten hem onderdanig gemaakt zijnde." Alzoo de herboren, de herschapen, de
vernieuwde menschheid onder Christus
als
haar hoofd, en zulks weer niet
menschheid buiten de overige schepping, maar in verband met alle dingen, met gansch het heelal. „Alle engelen, en machten, en krachten die
hem
onderdanig."
Toen dan ook onze vaderen in hun Doopsformulier aan het gebed toegekomen, van Noach en zijn acht zielen gewaagden, en de kerken bidden leerden: „Gij, o God, die de onboetvaardige wereld met den Zondvloed gestraft, maar Noach en zijn acht zielen behouden hebt," overlaadden ze het gebed niet met een overtolhge herinnering, maar beleden ze een heilige, alomvattende, heel de bestemming der kerk uitdrukkende waarheid. Gelijk toen de onboetvaardige wereld onderging, en toch het wezen der wereld
en het wezen van ons menschelijk geslacht in de arke behouden werd, zoo behoudt nu ook God, door den Doop, d. i. door de herschepping, ver-
nieuwmg en wedergeboorte, waarvan de Doop het is,
den door
Hem
geschapen en voor
stamboom van ons menschelyk
zijn
geslacht, en
zinbeeldig Sacrament
eigen heerlijkheid bestemden
met dat menschelijk geslacht
heel zijn oorspronkelijke schepping, of wilt ge: „alle dingen," ook al gaat
het verworpene er eens uit
En
weg en voor eeuwig
teloor.
verstaat ge nu alzoo de Voorbeschikking als het vrijmachtige raads-
besluit
verloren
Gods, is,
om
uit zijn
eens
alle
zonde,
alle
ergernis,
al
wat verworpen en
Goddelijke schepping af te scheiden, en de aldus gezui-
verde schepping, met het menschelijk geslacht als haar kern en middelpunt, tot de eeuwige heerlijkheid te leiden, en in die verheerlijkhig van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's