De gemeente gratie - pagina 330
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
326
ZELFREINIGING.
moet vooruit. Duidelijk spreekt de Heilige Schrift van „een opwassen tot een volkomen man, tot de mate van wasdom, der grootte van de volheid van Christus," en zij het al met een min juist Nederlandsch woord, ook dit wordt soms „heiligmaking" genoemd. Van niet blijven stilstaan, hij zelfs
dezen wasdom
Christus
in
uw
is
een verloste sterft dadelijk na tiisschenverloop van zestig, als
God u
niet
is,
dat
in
het leven
heeft tot zijn wonderbaar licht," in
uw
één.
blijft
of
na een
Maar
heeft dat verdere leven
laat,
„de deugden van
gij
want
inlijving in Christus, óf eerst
zeventig jaren, zijn zaligheid
wegneemt, doch
een doel, en dat doel
zaligheid niet het uitvloeisel;
zijn
persoon, in
Hem,
uw
die
u geroepen uw woord
leven, in
en werk zult verkondigen. Ge kunt en moogt niet zeggen
„Als ik maar maar om God, en de verplichting tot wasdom in Christus is u opgelegd. Want wel werkt in dien wasdom de Heilige Geest ook rechtstreeks, maar toch evenzeer middellijk, zooals blijkt uit wat in Epheze 4:11 terstond aan de aangehaalde woorden zalig
word;" immers ge bestaat niet
voorafgaat. „tot
Dit namelijk, dat
God
volmaking der heiligen." En
om
u
:
zelf,
apostelen en evangelisten gesteld heeft
werking
in die middellijke
zijt
ge nu ook
tot handelen geroepen, en moet ge, als nu niet meer dood zijnde, maar levende, door waken, bidden en strijden, aan uw eigen reiniging medewerken. Er is alzoo in uw wasdom drieërlei factor: 1. de Heilige Geest; 2". de Bediening van het Woord, en 3". gij, als verloste zelf. Het baat toch niet, of ge al zegt, dat een boom onder het opwassen lijdelijk is. De apostel toch zegt uitdrukkelijk: „Wast dan op in de genade onzes Heeren Jezus Christus." Dat dit zelf opwassen door het geloof gaat, door genadekracht uit God, spreekt vanzelf, maar dit alles heft het feit niet op, dat ge ook zelf u te reinigen hebt en hebt op te wassen. Gij moet „afleggen den ouden mensch, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding, en gij moet aandoen den nieuwen mensch, die naar God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid." En dit moet ge doen, niet enkel door mystiek te gelooven, maar ook door practisch de zonde af te leggen, want er volgt onmiddellijk op „Daarom legt af de leugen, spreekt zelf
:
de waarheid, wordt toornig en zondigt
niet, geeft
den duivel geen
Die gestolen heeft, stele niet meer, geen vuile rede ga enz.
uit
Altegader practische overwinningen, die ge in den
met de zonde, op wereld en Satan leiden, als zou het
genoeg
zijn,
te
plaats.
uwen mond,"
strijd
des levens
behalen hebt. Laat u dus niet mis-
zoo ge maar gelooft. Zeker
is
geloof genoeg
en niets dan geloof noodig, mits ge er dan onder verstaat een niet
merend, maar levend heerscht.
En
het
geloof, dat heel
feit blijft alzoo,
God u
persoon,
dat ge wel in
onheilig persoon tot een heilig persoon
zoolang
uw
uw
gemaakt
uw
slui-
doen en laten be-
wedergeboorte van een
zijt,
maar dat ge
tevens,
het leven gunt, hebt op te wassen, verder te komen, u
zelven te reinigen, en dat alles, opdat ge daardoor de deugden zoudt ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's