De gemeente gratie - pagina 428
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TWEEDE NATUUR.
424
„hebbelijkheid der zonde" in den wortel onzer natuur tot een verdervende is geworden. En bijzonder, naardien dit algemeene kwaad bij den één bijzonderlijk het karakter aanneemt van hoogmoed, bij den ander van zinlijken lust enz. Dientengevolge liggen de zaden van alle zonden in ons hart. Maar gelijk in de plantennatuur niet alle zaad, en niet alle zaad even
macht
snel opkomt, noch even weeldrig bloeit, zoo ook is het in deze onze
men-
natuur met het zaad der zonde. Er zullen zaden van zonde
schelijke
God
ons hart schuilen, die
gemeene
gratie, heel
zóó diep in ons versteekt, dat
ze,
dank
zij
in
zijn
ons leven lang nooit zelfs tot begin van ontwikkeling
Er zullen andere zaden van zonde zijn, die Hij niet anders dan toelaat uit te komen. En weer andere zaden van zonde, wier wasdom in ons snel en hoog in graad zal zijn. Natuurlijk gaat dit op mystieke
geraken. zeer
zwak
wijze toe.
Het
een daad, een schikking, een Voorzienig bestel Gods
is
is
Judas, toen Satan in
de
maar ze is daarom niets minder wezenlijk. gemeene gratie geheel teruggehouden, het was in zijn hart voer. Maar voor het overige is er niet één
verborgen diepten van ons hart Slechts éénmaal
in
;
die
mensch, hoe diep ook gevallen en hoe schriklijk ook in zonde uitgebroken,
nóg veel ontzettender zijn geweest, indien God in hem niet, hoe weinig dan ook, den hittegraad dier inwonende zondemacht had afof zijn val zou
gekoeld.
Daarom
redding
vatbaar
is
het dan ook, dat de diepst gevallene nog altoos voor
blijft,
en dat
we
bij
niemand aan
zijn
redding zullen
vertwijfelen.
Zoolang het nog niet zwartdonkere nacht in
ook nog maar één enkele lichtstraal
in
zijn ziel is
geworden, en er
de dikke nevelen worstelt,
is
mogelijkheid van toebrenging ten eeuwigen leven nog niet uitgesloten.
de
En
dat nu die mogelijkheid bestaat, en tot aan den dood des zondaars toe is uitsluitend te danken aan de heerlijke uitwerking van gemeene gratie in dien bepaalden zin, waarin ze thans, in verband Gods met de hebbelijkheid of de inwonende zonde besproken is. Als de koortsthermometer 45 aanwijst is alle hope weg. Dan is het de dood, die door zelfverbranding intreedt. Maar juist daartoe laat de gemeene gratie het hier op aarde nimmer komen. Daartoe komt het, voor wie buiten den
blijft
bestaan,
Christus
sterft,
eerst den tijdelijken dood, en die zelfverbranding door de
zondekoorts zelve zal dan het vuur
zijn
dat nooit wordt uitgebluscht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's