Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 108

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 108

2 minuten leestijd

„TE ETEN VAN DEN BOOM DES LEVENs".

92

met haar

te zijn. Als liet verloren schaap weer is opgetrouwe herder het op zijn schouder, verblijd komende roept hij de vrienden en gehuren te zijnde, zamen zeggende tot hen: Weest blijde met mij, want ik heb mijn schaap gevonden dat verloren was. En als de verloren zoon teruggevonden, roept de gelukkige vader in zijn jubel uit: is Men behoorde dan vroolijk en blijde te zijn, want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden. In aansluiting hieraan is heel Jezus' optreden een zoeken van het afgedrevene, een terugvinden van wat verloren was. dat verband is ook zijn eerste belofte, zijn eerste toeEn zegging aan zijn heiligen, dat wie overwint niet in een hem vreemden gelukstaat wordt overgezet, maar dat het heimwee in zijn hart eeuwige voldoening erlangt en dat hij terugtrekt in

vroolijk

spoord,

legt de en thuis

,

m

het eens verloren paradijs. In datzelfde Paradijs van zijn God, waaruit eens de engelen

Gods hem verdreven wordt hij na overwonnen te hebben weer binnengeleid. Binnengeleid tot in het centrum, tot midden in den hof, tot daar waar het middelpunt van alle Paradij sheerlijkheid is, tot vlak bij den Boom des Levens, opdat hij ,

,

ervan ete, en leve in eeuwigheid.

De blik van wie sterft, wordt alzoo niet gericht op een vreemde, hem raadselachtige, hem niet toesprekende toekomst, maar op het verleden, op wat hem ontging, op wat hij verloor en verzondigde. Jezus roept ons in ons sterven naar den rijkdom van Gods almachtige goedertierenheid in onze schepping terug. Onze staat van zonde en ellende wordt een tusschenbedrijf, maar daarachter is God, en is zijn almachtigheid, en zijn wondere schepping, toen de kinderen Gods juichten en de morgensterren vroolijk zongen. Toen God den mensch naar zijn beeld schiep, rein, heilig en heerlijk, en toen God voor den naar zijn beeld geschapen mensch het paradijs bereid had, gedoopt in een weelde van zaligheid, waarvan de heugenis in het heimwee van ons hart voortleeft, en waarin de goedheid Gods zich zelf verheerlijkt had. Nu was dat alles weg. Voor ons besef was het teniet gedaan. Het was, of het niet meer bestond. En alsof er nieuw voor ons gebouwd moest worden, zou er ooit weer een woonstede zijn, om met vreugde des harten te bewonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 108

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's