De gemeente gratie - pagina 131
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONDER ONS GEWOOND.
127
levensgemeenschap geleid hebben. De Vleeschwording op zichzelve zou feit
wel onloochenbaar, maar
voor
niet
de wereld waarneembaar
als zijn
geweest. Ze zou buiten de voorkennis en wetenschap van de kinderen der
menschen om
De zon moet niet alleen achter de kimmen maar ook boven die kimmen rijzen, om met haar
gegaan.
zijn
wezenlijk aanwezig
zijn,
stralen in ons leven in te dringen, en dan eerst zien
een heerlijkheid zichzelve blijven
schen.
Dan
we haar
luister als
Gods. En zoo nu ook moest de Vleeschwording niet op staan, maar overgaan tot een verschijning onder de men-
worden
eerst kon de heerlijkheid des Eeniggeborenen
Bovendien heel de proloog van Johannes komt dan eerst
gezien.
tot zijn recht,
men aan die woorden: „en heeft onder ons gewoond" dien dieperen toekent. Had toch de apostel in die eerste hemelsche klanken van zijn
indien zin
Evangelie zich tot het geestelijke bepaald, en in het geestelijke als opgesloten,
in
dan zou men nog wanen kunnen, dat
hem
het Vleesch overgaande, ook
alleen
hij,
van
alsnu tot den Christus zijn
geestelijke zijde in
Maar nu Johannes dit niet doet, nu hij integenmet op „de schepping van alle dingen" te wijzen, en er nadruk op legt, hoe de Christus „het licht der menschen" was, reeds van de schepping aan, nu zou alle verband met Johannes' majestueuze inleiding het licht poogde te stellen.
deel juist begint
verbroken worden, indien men, aan
zijn
getuigenis omtrent de Vleesch-
wording toegekomen, nu toch ons menschelijk leven varen
om
liet,
Woord
krasse uitdrukking dat het die
zoodanig weer
als
zich uitsluitend in het geestelijke terug te trekken. Ja, de
uitdrukking toch
Vleesch werd, verbiedt dit
doelt op het lang
zelfs. Juist
verbeide oogenblik, waarop de
scheidsmuur tusschen het geestelijke en het vleeschelijke, het zichtbare en het onzichtbare, zou worden weggenomen,
om
alsnu de voUe heerlijk-
heid Gods, niet meer van den Sinaï, maar in genade, en niet meer in de
schaduwen, maar
Woord
is
in
waarheid en werkelijkheid
„Het
te laten uitstralen.
Vleesch geworden en heeft onder ons gewoond
vol
van
genade en waarheid." Wil alzoo de apostel aanduiden, dat hetgeen met de heihge ontvangenis van den Christus begon, zich voortzette in zijn openbaring onder de menschen,
door
zijn
ingaan in hun levensgemeenschap, dan zou het uiterst
oppervlakkig en willekeurig
zijn,
indien
men
uitwendig opvatte, en alleen verstond van aarde.
Ge kunt u
als reiziger in
deze levensgemeenschap louter zijn feitelijke
omwandeling op
een vreemd land op straat
feitelijk
onder
de wandelende menigte bewegen, zonder dat er tusschen che schare en uzelven van levensgemeenschap ook maar sprake
saambindt en vereenigt,
zijn
houdmgen en betrekkingen,
tal
die
valt.
Wat ons met anderen
van ongeziene banden, maken, dat er
zijn allerlei ver-
iets gelijksoortigs
omgaat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's