De gemeente gratie - pagina 145
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW.
141
en wie nu .nog een vorstelijke Bedoeïnenhoofd of een edelen Joodschen
kop van zuivere herkomst
met wat Chinees
vergelijkt
of Japannees,
met wat
Hottentot of Congolees te aanschouwen geeft, tast en voelt de gemeene die
gratie,
in
Sems
zuivere en edele nakomelingen de
waardigheid der
menschelijke natuur ook in de uitwendige verschijning gemaintineerd heeft. Iets
wat
hier
wordt opgemerkt,
men de schoonheid er ook in de
om den nadruk te om te doen
niet
des menschen noemt, maar
leggen op wat
uitkomen, hoe
uitwendige gestalte onzer menschelijke natuur een waar-
digheid overbleef, niet
bij
hooge mate vooral in de
alle volk, niet bij elk ras evenzeer, lijn
Sem
van
die
maar
in zeer
uitging; alsmede hoe deze uit-
wendige waardigheid samenhing met de behoudenis der menschelijke natuur in
hoogeren
eerste,
alle
zin.
Tweeërlei was alzoo door de gemeene gratie gered. Ten
stuk en deel van onze menschelijke natuur in haar hoogere
opvatting, en ten tweede, hetgeen voor de verschijning van die menschelijke
natuur vereischt werd
in
haar lichamelijk optreden. Dat de geboorte van
den Christus reeds door Noachs profetie aan Sems nakomelingschap werd is één
verbonden, was alzoo in het minst geen toevalligheid. In dit alles
doorloopend heilig bestel van Godes allerbijzonderste Voorzienigheid.
gemeene
gratie
werkte aldus naar vaste regelen,
te gaan, en de bijzondere
punt,
deze
om
De
den Christus tegemoet
genade deed den Christus intreden
juist
waar de gemeene gratie het snijpunt van haar lijn bereikt, en gemeene en deze bijzondere genade, elkander ontmoetten
op het beide, in
de
maagd Maria.
Ware
ons van Maria meer bekend, en kon het ons gelukken door
ziel-
kundige ontleding van deze gezahgde onder de vrouwen een voUedige, bevredigende biographie ter neer schrijven, teruggaande tot in het leven
van haar vader en haar moeder, zoo zou er ongetwijfeld gelegenheid te over zijn, om de keurigheid van het werk Gods in het voortbrengen van deze moeder des Heeren te bewonderen. Al verzetten
de neiging die onder Rome's leiding telijke
kerk ingang vond, en
Maria voor den Christus dreigt
meerden van ganscher
die,
in
althans
harte, dat de
de onnadenkende menigte,
ook de Gereforuit-
eeuwig besluit uitverkoren,
om
zijn
te dragen,
en volkomenlijk voor die hooge,
geboren,
ons toch tegen
maagd Maria Gode een gansch
den Zoon des menschen onder het hart toebereid,
bij
te schuiven, toch belijden
verkoren vat was, en dat de vrouw, in
vangen,
we
een zoo aanzienlijk deel der Chris-
op deze hare roeping
haar benedijende taak ont-
opgevoed, en zoo lichamelijk als geestelijk door haar
God bekwaamd was. De persoon, de geaardheid, de
zin en neiging, het karakter en ^^het tem-
perament, de geheele menschelijke gesteldheid van de vrouw, die moeder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's