In Jezus ontslapen - pagina 200
,
188
XLY.
„aar
jal
meening jijn en fnerètng ber tanben''. En zullen ze in den vurigen oven werpen; daar zal weening zijn en knersing der tanden. Matth. 13 42. :
Wat er komt, als door den dood het licht in 's menschen oog wordt uitgebluscht weet niemand onzer uit ervaring, en kan evenmin iemand uit zijn natuur opmaken. Een sterk vermoeden, dat het met den dood niet uit is, moge uit natuur, uit historie en consciëntie zijn af te leiden, maar zelfs dit vermoeden verschilt verre van zekerheid. Zekere wetenschap omtrent hetgeen ons na den dood te wachten staat, kon alleen God zelf u door openbaring geven. Openbaring daarvoor bezit ge dan ook in overvloedige mate, niet het minst door Gods eeniggeboren Zoon, die eerst uit den hemel is nedergedaald, toen zelf den dood onderging, daarna opstond, en toen weder ten hemel opvoer. Welnu, die eigen eeniggeboren Zoon van God die uit den hemel kwam, en naar den hemel terugkeerde, heeft ons niet ééns maar herhaaldelijk verzekerd dat wie buiten geloof sterft en dus sterft in zijn zonde, voor eeuwig wordt buitengeworpen ,
,
,
in de buitenste duisternis.
En
desniettemin beweren thans de geleerden, die er niets dat dit niet zoo is. Ze weerspreken Jezus in het aangezicht. Ze halen de groote menigte over om het ook niet meer te gelooven. En tal van Christusbelijders, hier en in het buitenland, haasten zich deze ontkenning van ongeloovige geleerden, zij het ook met voorbehoud, te onderschrijven. Zoo waant men van de hel te zijn afgekomen. Zelfs in predikatiën wordt van de hel ternauwernood nog zijdelings gefluisterd. En de uitkomst is dat duizenden en nogmaals duizenden onverschillig, gedachteloos, of met een valsche hoop wegsterven, en dat de aangrijpende waarschuwing van Jezus geen vat meer heeft op hun hart.
van weten,
,
Wat
nu by
loochenen van een eeuwige rampzaligheid laat rusten? By allen die nog met een albesturend God rekenen dit, dat het met de Godsidee, en byzonderlyk met de liefde Gods, niet te rymeu ware, 's werelds loop met zulk een ontzettende uitis
de grond, waarop
komst
dit
men zyn ontkenning
te laten eindigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's