De gemeente gratie - pagina 108
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE PRAEDESTINATIE IN VERBAND MET „ALLE DINGEN".
104
alleen geestelijk
door
zijn
God
zijn God te te bestaan. Integendeel, hemel en aarde één machtig geheel geschapen, opdat eeuwiglijk in dat
met
als
gansche, in dat grootsche, in dat volledige werk der schepping de
naam
onzes Gods zou verheerlijkt worden.
Het
is
dan ook
welbehagen
is,
in
dien
zin,
dat de apostel ons openbaart, dat dit het
dat „God voorgenomen heeft in zichzelven,
de hedeeling der volheid der tijden alles weer
om
namelijk
m
te
vergaderen in
Christus, beide dat in den hemel en dat op de aarde is."
Reeds vroeger
tot
één
breedvoerig door ons uiteengezet, hoe' dit „tot één vergaderen" hier be-
is
„weer onder één hoofd in
teek ent:
Er
organische eenheid herstellen".
zijn
alzoo in die woorden, dat aarde en hemel één organisch geheel in
ligt
de schepping waren; dat beide door de zonde uit deze hun organische éénheid
zijn
losgeraakt; en dat nu de eere
Gods hieraan hangt, dat beide
toch weer in hun organische eenheid, als de eene groote, heerlijke schep-
ping zullen uitblinken. Dit nu leidt ons tot de geheel andere voorstelling, dat de Voorbeschikking ten doel heeft
van
Gode de zekerheid
te geven, dat
de volledige zelfverheerlijking die Hij door en van zijn scheppingswerk
zocht.
Hem
niets
ontga,
maar ongebroken en onverlet toekome. Dit doel En nu is de Voor-
der schepping dreigde verijdeld te worden door Satan. verordineering
daarin,
en ook daarin alleen, van het scheppingsbesluit
onderscheiden, dat het besluit der Voorbeschikking de middelen aanwijst
en vaststelt, die er met volstrekte zekerheid toe leiden moeten, dat Gode, in weerwil van de zonde, nochtans de volle zelfverheerlijking uit zijn schepping eens zal toekomen. Daartoe
is
de Christus besteld, opdat onder
dien Christus als het nieuwe Hoofd, de uiteengebróken stukken van hemel
en aarde weer tot één organisch geheel, naar Gods oorspronkelijke bedoeling, zullen hersteld worden. Alzoo omvat het besluit der voorverordineering heel de het verloop, dat aarde en hemel einde,
om
uit
nemen
gansch die schepping, en
eere te doen toekomen.
En
zullen, uit
en
is
historie, heel
het gericht op het
gansch dat heelal Gode
zijn
waar dat scherp gevat en onverkort erkend wordt, is het dan tevens in de tweede plaats duidelijk, hoe in dit voorbescliikte plan de mensch op den voorgrond moest treden. Immers al is hij is
eerst
slechts een stuk, een deel, een
er tevens het
lid, een orgaan van deze wereld, hij hoofdorgaan van, en het is alleen door den mensch, dat
Gode namens en uit en door heel zijn schepping kan worden toegebracht. De mensch is de mond, de mensch is het hart, de mensch is het bezielde oog van gansch de schepping, en deswege zou er Gode geen eer uit zijn schepping kunnen toekomen, als die mond verstomde, dat die
eere
hart ophield te kloppen, en dat oog verdonkerd werd.
Daarom moet het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's